Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: regelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: regelend
Past participle - Verleden deelwoord: geregeld
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | regel |
| jij | regelt |
| hij | regelt |
| wij | regelen |
| jullie | regelen |
| zij | regelen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geregeld |
| jij | hebt geregeld |
| hij | heeft geregeld |
| wij | hebben geregeld |
| jullie | hebben geregeld |
| zij | hebben geregeld |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | regelde |
| jij | regelde |
| hij | regelde |
| wij | regelden |
| jullie | regelden |
| zij | regelden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geregeld |
| jij | had geregeld |
| hij | had geregeld |
| wij | hadden geregeld |
| jullie | hadden geregeld |
| zij | hadden geregeld |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal regelen |
| jij | zult regelen |
| hij | zal regelen |
| wij | zullen regelen |
| jullie | zullen regelen |
| zij | zullen regelen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geregeld hebben |
| jij | zult geregeld hebben |
| hij | zal geregeld hebben |
| wij | zullen geregeld hebben |
| jullie | zullen geregeld hebben |
| zij | zullen geregeld hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou regelen |
| jij | zou regelen |
| hij | zou regelen |
| wij | zouden regelen |
| jullie | zouden regelen |
| zij | zouden regelen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geregeld hebben |
| jij | zou geregeld hebben |
| hij | zou geregeld hebben |
| wij | zouden geregeld hebben |
| jullie | zouden geregeld hebben |
| zij | zouden geregeld hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'regelen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'regelen'
kegelen,
regenen,
regeren,
repelen,
zegelen,
bedelen,
begeren,
begeven,
bengelen,
beugelen,
Translations
arrange, to set up, organise
deal, to handle, manage
govern, to control the speed or magnitude of
prefix, set or appoint beforehand
regulate, adjust
slew, To insert extra ticks or skip some ticks of a clock to slowly correct its time
Sample Sentences
-
[...] was het antwoord: het is God, die dit alles gemaakt heeft. Maar dan is het ook zeker, dat als God dit alles gemaakt heeft, Hij het ook bestiert en leidt, want wie alles kan maken, kan het ook regelen en bestieren. En dan gebeurt er ook niets in den geheelen omkring zijner werken, zonder dat hij het weet of gebiedt.
(Robinson Crusoe)
-
[...] mij onmogelijk was haar om te keeren, bedacht ik, het zand er onder uit te delven, en haar zoo te doen vallen, nadat ik er verscheidene stukken hout onder geplaatst had, om den val te breken en te regelen.
(Robinson Crusoe)
-
Onze strijdmagt voor den kapitein werd thans geregeld als volgt: Eerstelijk de kapitein, zijn stuurman en de passagier. Dan de twee gevangenen van den eersten troep, dien ik op aanbeveling van den kapitein, hunne vrijheid gegeven, en wien ik wapens [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] de vlakte door, toen wij in het bosch aan de linkerzijde van ons, de wolven allerverschrikkelijkst hoorden huilen; en kort daarop zagen wij een troep van wel honderd regt op ons aankomen, zoo geregeld als een troep soldaten. Ik wist niet hoe hen best te ontvangen, maar begreep, dat wij allen een digtgesloten linie moesten maken. Dit geschiedde in een oogenblik, en nu gelastte ik, dat men slechts [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From regel.
Additional Information