koeken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of koeken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: koeken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: koekend
Past participle - Verleden deelwoord: gekoekt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkoek
jijkoekt
hijkoekt
wijkoeken
julliekoeken
zijkoeken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekoekt
jijhebt gekoekt
hijheeft gekoekt
wijhebben gekoekt
julliehebben gekoekt
zijhebben gekoekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkoekte
jijkoekte
hijkoekte
wijkoekten
julliekoekten
zijkoekten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekoekt
jijhad gekoekt
hijhad gekoekt
wijhadden gekoekt
julliehadden gekoekt
zijhadden gekoekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal koeken
jijzult koeken
hijzal koeken
wijzullen koeken
julliezullen koeken
zijzullen koeken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekoekt hebben
jijzult gekoekt hebben
hijzal gekoekt hebben
wijzullen gekoekt hebben
julliezullen gekoekt hebben
zijzullen gekoekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou koeken
jijzou koeken
hijzou koeken
wijzouden koeken
julliezouden koeken
zijzouden koeken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekoekt hebben
jijzou gekoekt hebben
hijzou gekoekt hebben
wijzouden gekoekt hebben
julliezouden gekoekt hebben
zijzouden gekoekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkoek

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] zoo, om den omtrek van mijn koningrijkje te bezien, dat ik de reis rondom hetzelve besloot te ondernemen. Diensvolgens rustte ik mijn scheepje uit voor de reis. Ik deed er in twee brooden, of liever koeken, van mijn meel gebakken, eene aarden pot vol gepelde rijst, (een voedsel dat ik veel gebruikte ) een klein fleschje rum, eene halve geit en kruid en lood om er meer te schieten; en twee grove [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] en weder uit te gaan. Drie dagen en drie nachten had ik mijn kasteel niet verlaten, zoodat ik reeds gebrek aan levensmiddelen begon te krijgen. want ik had niets bij mij, dan eenige gebakken koeken en wat water. Ook wist ik, dat mijne geiten gemolken moesten worden, dat gewoonlijk mijn avonduitspanning was, en de arme dieren moesten er veel ongemak van hebben. Ook droogde de melk bij eenigen [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Additional Information