kennen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kennen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kennen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kennend
Past participle - Verleden deelwoord: gekend

Cognates

See the 7 cognates of kennen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikken
jijkent
hijkent
wijkennen
julliekennen
zijkennen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekend
jijhebt gekend
hijheeft gekend
wijhebben gekend
julliehebben gekend
zijhebben gekend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkende
jijkende
hijkende
wijkenden
julliekenden
zijkenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekend
jijhad gekend
hijhad gekend
wijhadden gekend
julliehadden gekend
zijhadden gekend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kennen
jijzult kennen
hijzal kennen
wijzullen kennen
julliezullen kennen
zijzullen kennen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekend hebben
jijzult gekend hebben
hijzal gekend hebben
wijzullen gekend hebben
julliezullen gekend hebben
zijzullen gekend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kennen
jijzou kennen
hijzou kennen
wijzouden kennen
julliezouden kennen
zijzouden kennen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekend hebben
jijzou gekend hebben
hijzou gekend hebben
wijzouden gekend hebben
julliezouden gekend hebben
zijzouden gekend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijken

Translations

  • recognize, to match in memory; to know from a previous encounter
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beheersen
    weten

    Sample Sentences

    • [...] maar door eene in Engeland niet ongewone verbastering van naam, noemde men ons, en noemen en schrijven wij zelven ons Crusoe; en mijne vrienden hebben mij nimmer anders dan onder dien naam gekend. (Robinson Crusoe)
    • Bij deze mededeeling werd mijne moeder zeer boos. Zij zeide mij, dat het niet baten zou mijn vader hierover te spreken, want dat deze te wel mijn waar belang kende, om zulke schadelijke ontwerpen te bevorderen; zij begreep niet hoe ik er nog aan durfde denken, na hetgeen mijn vader mij had voorgehouden, en na de woorden van genegenheid, waarvan hij zich [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] eene flesch gevuld, na hetgeen er in was, in eene andere overgegoten te hebben. Aldus van het noodige voorzien, zeilden wij de haven uit. Aan het kasteel, dat aan den ingang van de haven ligt, kende men ons, en liet ons ongehinderd doorgaan, en toen wij een vierde mijl in zee waren, haalden wij het zeil in en gingen aan het visschen. De wind was N.N.O., hetgeen ik zeer ongelukkig trof. Zoo hij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] de hand had, welke Xury mij zeide, dat een werpspies was, en dat zij daar op verren afstand zeer juist mede weten te treffen; ik hield mij dus op een voegzamen afstand, maar gaf hun door teekens te kennen, dat ik voornamelijk wat eten wenschte. Zij wezen mij, dat ik de boot stil zou doen liggen, en dat zij mij wat spijs zouden bezorgen. Ik streek mijn zeil gedeeltelijk en draaide bij, en twee hunner [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] gekomen was. De verte belette mij te zien welk dier het was. Ik bemerkte spoedig dat de Negers het luipaardenvleesch eten, en wilde het dus als eene gunst van mij geven. Toen ik hun door teekens te kennen gaf, dat zij hem nemen zouden, waren zij er zeer dankbaar voor. Ofschoon zij geen messen hadden, vilden zij hem met een scherp hout zoo vlug, ja veel vlugger dan wij het met messen hadden kunnen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hadden, vilden zij hem met een scherp hout zoo vlug, ja veel vlugger dan wij het met messen hadden kunnen doen. Zij boden mij een deel van het vleesch aan, dat ik weigerde en hun door teekens te kennen gaf, dat ik hun alles schonk, doch ik wees hun dat ik de huid hebben wilde, die zij mij dadelijk gaven, met eene menigte van hunnen voorraad, dien ik aannam, zonder te weten wat ik er mede doen zou. [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hebben wilde, die zij mij dadelijk gaven, met eene menigte van hunnen voorraad, dien ik aannam, zonder te weten wat ik er mede doen zou. Vervolgens gaf ik door teekens mijn verlangen naar water te kennen, en hield hun ten dien einde eene onzer ledige kruiken omgekeerd voor, om hun te doen zien, dat die ledig was, en gevuld moest worden. Zij riepen dadelijk eenigen hunner, en twee vrouwen kwamen met [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik mij bevonden had, gelijk ik begreep, gered zag. Oogenblikkelijk bood ik den kapitein van het schip alles aan wat ik bezat, tot vergelding van mijne bevrijding; maar hij gaf mij edelmoediglijk te kennen, dat hij niets van mij aannemen, maar dat mij alles wat ik had zou ter hand gesteld worden, als wij behouden in Brazilië aankwamen. " Want, " zeide hij, " ik heb u het leven gered, even zoo als ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] en daarvoor behoefde ik geen 5000 (Eng. ) mijlen ver van huis te gaan, om dit onder vreemdelingen in eene wildernis te doen, zoo ver weg, dat ik nimmer iets van mijn vaderland, of iemand, die mij kent, hoor. " (Robinson Crusoe)
    • [...] het land er nog veel verschrikkelijker uit dan de zee. Na, naar gissing, ongeveer anderhalve mijl roeijens of liever drijvens, kwam eene geweldige zee achter ons aan rollen, en gaf ons duidelijk te kennen, dat dit onze genadeslag was. Zij sloeg met zoo veel geweld over ons heen, dat de boot dadelijk omsloeg, en ons zoo wel van de boot als van elkander scheidde, zoo dat wij naauwelijks konden [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch kennen, from Old Dutch kennen, from Proto-West Germanic *kannijan, from Proto-Germanic *kannijaną, from Proto-Indo-European *ǵneh₃-. See: Proto-Germanic '*kannijaną'.

    Verbs referencing "kennen"

    Afrikaans ken, Low Saxon kennen, Luxembourgish kennen, Old English cennan.

    Additional Information