hakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hakken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hakkend
Past participle - Verleden deelwoord: gehakt

Cognates

See the 4 cognates of hakken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhak
jijhakt
hijhakt
wijhakken
julliehakken
zijhakken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehakt
jijhebt gehakt
hijheeft gehakt
wijhebben gehakt
julliehebben gehakt
zijhebben gehakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhakte
jijhakte
hijhakte
wijhakten
julliehakten
zijhakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehakt
jijhad gehakt
hijhad gehakt
wijhadden gehakt
julliehadden gehakt
zijhadden gehakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hakken
jijzult hakken
hijzal hakken
wijzullen hakken
julliezullen hakken
zijzullen hakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehakt hebben
jijzult gehakt hebben
hijzal gehakt hebben
wijzullen gehakt hebben
julliezullen gehakt hebben
zijzullen gehakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hakken
jijzou hakken
hijzou hakken
wijzouden hakken
julliezouden hakken
zijzouden hakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehakt hebben
jijzou gehakt hebben
hijzou gehakt hebben
wijzouden gehakt hebben
julliezouden gehakt hebben
zijzouden gehakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhak

Translations

  • hack, to chop or cut down in a rough manner
  • mince, chop fine
  • slash, to make a broad cut with an edged weapon
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afhakken
    beitelen, houwen, kappen, uithakken
    afgeven
    vitten

    Sample Sentences

    • [...] ontzettende moeite. Als ik bij voorbeeld eene plank noodig had, zat er niet anders voor mij op, dan een boom te vellen, dien op een helling voor mij te leggen, en aan weerszijden met mijn bijl af te hakken, tot ik hem zoo dun als eene plank had gemaakt, die ik dan met mijn dissel vlak maakte. Wel is waar, ik kon op die wijze van een geheelen boom slechts eene plank maken; maar hier zat niets op dan [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik moest in de eerste plaats een grooten boom vellen, omdat ik eene breede plank wilde hebben. Hiermede bragt ik drie dagen door en nog twee dagen met het afkappen van de takken. Ik hakte toen met ontzettende moeite zoo veel van den stam af tot hij bewogen kon worden; toen keerde ik hem op zijde, en maakte een kant, van het begin tot het einde, zoo vlak en effen als eene plank, en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik met naar een steen te zoeken, die groot genoeg was om uitgehold te worden en voor een vijzel geschikt te maken, maar ik kon er geen vinden, behalve een stuk van de rots, dat ik niet er af kon hakken. Geen der rotsen op het eiland waren ook hard genoeg; allen waren van eene soort van zandsteen, die de zwaarte van een grooten stamper niet zoude kunnen verduren, en het koorn met zand zoude [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] tien duim in doorsnede, en vier voet elf duim aan het andere einde, tweeëntwintig voet hooger, daarna werd hij dunner en liep in takken uit. Met eindelooze moeite velde ik dezen boom. Twintig dagen hakte ik aan den stam, toen had ik nog veertien dagen noodig om er de takken en armen, en de wijd uitgespreide kruin af te kappen, hetgeen met mijne bijlen een ontzettende arbeid voor mij was. Daarna ging [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zag, opdat ik, als hij terug kwam, gereed mogt zijn als zich eenig ander wild opdeed, hetgeen echter thans het geval niet was. Ik bragt het geitje naar huis, haalde het nog denzelfden avond af, en hakte het zoo goed ik kon in stukken. Vervolgens kookte ik er een stuk van tot soep, en na er wat van gegeten te hebben, gaf ik er Vrijdag ook wat van, dien het zeer goed scheen te smaken, doch wat hem [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] of ik begon aan eenigen leeftogt voor hen te denken. Het eerste wat ik deed was Vrijdag te gelasten een halfwassen, eenjarige geit uit mijne kudde, te dooden; ik nam daarop het achterdeel, en hakte dat aan kleine stukjes; daarop zette ik Vrijdag aan het koken en braden, en maakte hun een zeer goeden maaltijd van vleesch en soep gereed; in welke laatste ik ook eenige rijst en wat koren gedaan [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen wij dit alles aan wal gebragt hadden (de riemen, mast, zeil en roer hadden wij, gelijk ik gezegd heb, er reeds vroeger uitgenomen ), hakten wij een groot gat in den bodem, zoodat als zij in te groot getal voor ons kwamen, om hen te overmeesteren, zij toch de boot niet konden medenemen. Ik had er weinig gedachten op, dat wij in staat [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch hacken, from Old Dutch *hackon, from Proto-Germanic *hakkōną. See: Middle Dutch 'hacken', Old Dutch '*hackon', Proto-Germanic '*hakkōną'.

    Verbs referencing "hakken"

    English hack, German, old spelling hacken, Swedish hacka.

    Additional Information