gereedmaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gereedmaken

The word "gereedmaken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gereedmaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gereedmakend
Past participle - Verleden deelwoord: gereedmaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgereedmaak
jijgereedmaakt
hijgereedmaakt
wijgereedmaken
julliegereedmaken
zijgereedmaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gereedmaakt
jijhebt gereedmaakt
hijheeft gereedmaakt
wijhebben gereedmaakt
julliehebben gereedmaakt
zijhebben gereedmaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgereedmaakte
jijgereedmaakte
hijgereedmaakte
wijgereedmaakten
julliegereedmaakten
zijgereedmaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gereedmaakt
jijhad gereedmaakt
hijhad gereedmaakt
wijhadden gereedmaakt
julliehadden gereedmaakt
zijhadden gereedmaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gereedmaken
jijzult gereedmaken
hijzal gereedmaken
wijzullen gereedmaken
julliezullen gereedmaken
zijzullen gereedmaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gereedmaakt hebben
jijzult gereedmaakt hebben
hijzal gereedmaakt hebben
wijzullen gereedmaakt hebben
julliezullen gereedmaakt hebben
zijzullen gereedmaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gereedmaken
jijzou gereedmaken
hijzou gereedmaken
wijzouden gereedmaken
julliezouden gereedmaken
zijzouden gereedmaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gereedmaakt hebben
jijzou gereedmaakt hebben
hijzou gereedmaakt hebben
wijzouden gereedmaakt hebben
julliezouden gereedmaakt hebben
zijzouden gereedmaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgereedmaak

Verbs conjugated like 'gereedmaken'

aanbleken, aanhaken, aankweken, aanmaken, aanpreken, aanraken, aansmeken, aanstoken, afhaken, afkraken, afmaken, afpreken, bekendmaken, bewaken, dichtmaken, dopen, gapen, geraken, inmaken, inschepen, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'gereedmaken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information