dynamiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dynamiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dynamiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dynamiserend
Past participle - Verleden deelwoord: gedynamiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdynamiseer
jijdynamiseert
hijdynamiseert
wijdynamiseren
julliedynamiseren
zijdynamiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedynamiseerd
jijhebt gedynamiseerd
hijheeft gedynamiseerd
wijhebben gedynamiseerd
julliehebben gedynamiseerd
zijhebben gedynamiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdynamiseerde
jijdynamiseerde
hijdynamiseerde
wijdynamiseerden
julliedynamiseerden
zijdynamiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedynamiseerd
jijhad gedynamiseerd
hijhad gedynamiseerd
wijhadden gedynamiseerd
julliehadden gedynamiseerd
zijhadden gedynamiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dynamiseren
jijzult dynamiseren
hijzal dynamiseren
wijzullen dynamiseren
julliezullen dynamiseren
zijzullen dynamiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedynamiseerd hebben
jijzult gedynamiseerd hebben
hijzal gedynamiseerd hebben
wijzullen gedynamiseerd hebben
julliezullen gedynamiseerd hebben
zijzullen gedynamiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dynamiseren
jijzou dynamiseren
hijzou dynamiseren
wijzouden dynamiseren
julliezouden dynamiseren
zijzouden dynamiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedynamiseerd hebben
jijzou gedynamiseerd hebben
hijzou gedynamiseerd hebben
wijzouden gedynamiseerd hebben
julliezouden gedynamiseerd hebben
zijzouden gedynamiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdynamiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information