droogmaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of droogmaken

The word "droogmaken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: droogmaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: droogmakend
Past participle - Verleden deelwoord: gedroogmaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdroogmaak
jijdroogmaakt
hijdroogmaakt
wijdroogmaken
julliedroogmaken
zijdroogmaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedroogmaakt
jijhebt gedroogmaakt
hijheeft gedroogmaakt
wijhebben gedroogmaakt
julliehebben gedroogmaakt
zijhebben gedroogmaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdroogmaakte
jijdroogmaakte
hijdroogmaakte
wijdroogmaakten
julliedroogmaakten
zijdroogmaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedroogmaakt
jijhad gedroogmaakt
hijhad gedroogmaakt
wijhadden gedroogmaakt
julliehadden gedroogmaakt
zijhadden gedroogmaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal droogmaken
jijzult droogmaken
hijzal droogmaken
wijzullen droogmaken
julliezullen droogmaken
zijzullen droogmaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedroogmaakt hebben
jijzult gedroogmaakt hebben
hijzal gedroogmaakt hebben
wijzullen gedroogmaakt hebben
julliezullen gedroogmaakt hebben
zijzullen gedroogmaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou droogmaken
jijzou droogmaken
hijzou droogmaken
wijzouden droogmaken
julliezouden droogmaken
zijzouden droogmaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedroogmaakt hebben
jijzou gedroogmaakt hebben
hijzou gedroogmaakt hebben
wijzouden gedroogmaakt hebben
julliezouden gedroogmaakt hebben
zijzouden gedroogmaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdroogmaak

Verbs conjugated like 'droogmaken'

aanbleken, aanhaken, aankweken, aanmaken, aanpreken, aanraken, aansmeken, aanstoken, afhaken, afkraken, afmaken, afpreken, bekendmaken, bewaken, dichtmaken, dopen, gapen, geraken, inmaken, inschepen, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'droogmaken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information