Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: dromen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dromend
Past participle - Verleden deelwoord: gedroomd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | droom |
| jij | droomt |
| hij | droomt |
| wij | dromen |
| jullie | dromen |
| zij | dromen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gedroomd |
| jij | hebt gedroomd |
| hij | heeft gedroomd |
| wij | hebben gedroomd |
| jullie | hebben gedroomd |
| zij | hebben gedroomd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | droomde |
| jij | droomde |
| hij | droomde |
| wij | droomden |
| jullie | droomden |
| zij | droomden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gedroomd |
| jij | had gedroomd |
| hij | had gedroomd |
| wij | hadden gedroomd |
| jullie | hadden gedroomd |
| zij | hadden gedroomd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal dromen |
| jij | zult dromen |
| hij | zal dromen |
| wij | zullen dromen |
| jullie | zullen dromen |
| zij | zullen dromen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gedroomd hebben |
| jij | zult gedroomd hebben |
| hij | zal gedroomd hebben |
| wij | zullen gedroomd hebben |
| jullie | zullen gedroomd hebben |
| zij | zullen gedroomd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou dromen |
| jij | zou dromen |
| hij | zou dromen |
| wij | zouden dromen |
| jullie | zouden dromen |
| zij | zouden dromen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gedroomd hebben |
| jij | zou gedroomd hebben |
| hij | zou gedroomd hebben |
| wij | zouden gedroomd hebben |
| jullie | zouden gedroomd hebben |
| zij | zouden gedroomd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'dromen'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'dromen'
drogen,
bomen,
brommen,
doden,
doen,
dogen,
dolen,
dooien,
dopen,
doven,
Translations
Sample Sentences
-
Ik zal niet trachten den schrik te beschrijven, dien dit verschrikkelijk gezigt in mijne ziel verwekte. Zelfs toen ik droomde, verwonderde ik mij over mijn eigen angst; en evenmin kon ik den indruk beschrijven, dien mij bijbleef, toen ik wakker geworden zijnde, ontdekte dat het slechts een droom was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] was van het roeijen of liever pagaaijen, dat ik in het begin van den dag gedaan had, en van het wandelen naderhand, dat ik maar half wakker werd, en tusschen slapen en waken in, dacht dat ik droomde, dat iemand mij riep. Maar toen de stem herhaaldelijk bleef roepen: " Robin, Robinson Crusoe ! " begon ik eindelijk volkomen wakker te worden, en was in het allerhevigst verschrikt en sprong op in [...]
(Robinson Crusoe)
-
Eenige weken lang speelde dit mij zoo door het hoofd, dat ik er des nachts soms van droomde. Ik dreef dit zoo ver, dat ik verscheidene dagen besteedde met het zoeken naar geschikte plaatsen, om mij in hinderlaag te liggen, ten einde hen gade te slaan, en ik ging dikwijls naar de plaats [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] vijftien of zestien maanden bragt ik in de grootste onrust door. Ik sliep onrustig, had altijd akelige droomen, en werd dikwijls met schrik wakker. Over dag verbijsterde mij de angst en des nachts droomde ik van het dooden van wilden, en zocht naar redenen, die dit regtvaardigden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] dezer gedachten zeer uitgeput was, mij in een diepen slaap vallen. Men zou denken, dat ik er van had moeten droomen, maar dat was het geval niet, ook niet van iets wat daarop betrekking had; maar ik droomde, dat ik in den morgen, gelijk gewoonlijk, buiten mijn kasteel ging, en op het strand twee kanoes zag, waaruit elf wilden stapten, en dat zij een anderen wilde medebragten, dien zij wilden dooden om [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch drômen, from Old Dutch *drōmen, from Proto-West Germanic *draumijan, from Proto-Germanic *draumijaną. See: Proto-Germanic '
*draumijaną'.
Verbs referencing "dromen"
English
dream, Scots
dream, Swedish
drömma, German, old spelling
träumen, Norwegian
drømme, Luxembourgish
dreemen, Papiamento
drumi, German, Pennsylvania
draame, Elfdalian
dröma.
Additional Information