doormaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doormaken

The word "doormaken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doormaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doormakend
Past participle - Verleden deelwoord: doorgemaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmaak door
jijmaakt door
hijmaakt door
wijmaken door
julliemaken door
zijmaken door

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb doorgemaakt
jijhebt doorgemaakt
hijheeft doorgemaakt
wijhebben doorgemaakt
julliehebben doorgemaakt
zijhebben doorgemaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmaakte door
jijmaakte door
hijmaakte door
wijmaakten door
julliemaakten door
zijmaakten door

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad doorgemaakt
jijhad doorgemaakt
hijhad doorgemaakt
wijhadden doorgemaakt
julliehadden doorgemaakt
zijhadden doorgemaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doormaken
jijzult doormaken
hijzal doormaken
wijzullen doormaken
julliezullen doormaken
zijzullen doormaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal doorgemaakt hebben
jijzult doorgemaakt hebben
hijzal doorgemaakt hebben
wijzullen doorgemaakt hebben
julliezullen doorgemaakt hebben
zijzullen doorgemaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doormaken
jijzou doormaken
hijzou doormaken
wijzouden doormaken
julliezouden doormaken
zijzouden doormaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou doorgemaakt hebben
jijzou doorgemaakt hebben
hijzou doorgemaakt hebben
wijzouden doorgemaakt hebben
julliezouden doorgemaakt hebben
zijzouden doorgemaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmaak door

Verbs similar to 'doormaken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From door + maken.

Additional Information