doodlopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doodlopen

The word "doodlopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doodlopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doodlopend
Past participle - Verleden deelwoord: doodgeloopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikloop dood
jijloopt dood
hijloopt dood
wijlopen dood
jullielopen dood
zijlopen dood

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb doodgeloopt
jijhebt doodgeloopt
hijheeft doodgeloopt
wijhebben doodgeloopt
julliehebben doodgeloopt
zijhebben doodgeloopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloopte dood
jijloopte dood
hijloopte dood
wijloopten dood
jullieloopten dood
zijloopten dood

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad doodgeloopt
jijhad doodgeloopt
hijhad doodgeloopt
wijhadden doodgeloopt
julliehadden doodgeloopt
zijhadden doodgeloopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doodlopen
jijzult doodlopen
hijzal doodlopen
wijzullen doodlopen
julliezullen doodlopen
zijzullen doodlopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal doodgeloopt hebben
jijzult doodgeloopt hebben
hijzal doodgeloopt hebben
wijzullen doodgeloopt hebben
julliezullen doodgeloopt hebben
zijzullen doodgeloopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doodlopen
jijzou doodlopen
hijzou doodlopen
wijzouden doodlopen
julliezouden doodlopen
zijzouden doodlopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou doodgeloopt hebben
jijzou doodgeloopt hebben
hijzou doodgeloopt hebben
wijzouden doodgeloopt hebben
julliezouden doodgeloopt hebben
zijzouden doodgeloopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijloop dood

Verbs similar to 'doodlopen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From dood + lopen.

Additional Information