Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: dienen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dienend
Past participle - Verleden deelwoord: gediend
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | dien |
| jij | dient |
| hij | dient |
| wij | dienen |
| jullie | dienen |
| zij | dienen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gediend |
| jij | hebt gediend |
| hij | heeft gediend |
| wij | hebben gediend |
| jullie | hebben gediend |
| zij | hebben gediend |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | diende |
| jij | diende |
| hij | diende |
| wij | dienden |
| jullie | dienden |
| zij | dienden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gediend |
| jij | had gediend |
| hij | had gediend |
| wij | hadden gediend |
| jullie | hadden gediend |
| zij | hadden gediend |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal dienen |
| jij | zult dienen |
| hij | zal dienen |
| wij | zullen dienen |
| jullie | zullen dienen |
| zij | zullen dienen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gediend hebben |
| jij | zult gediend hebben |
| hij | zal gediend hebben |
| wij | zullen gediend hebben |
| jullie | zullen gediend hebben |
| zij | zullen gediend hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou dienen |
| jij | zou dienen |
| hij | zou dienen |
| wij | zouden dienen |
| jullie | zouden dienen |
| zij | zouden dienen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gediend hebben |
| jij | zou gediend hebben |
| hij | zou gediend hebben |
| wij | zouden gediend hebben |
| jullie | zouden gediend hebben |
| zij | zouden gediend hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'dienen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'dienen'
dieven,
bedienen,
bieden,
delen,
denken,
deren,
dineren,
dingen,
doeken,
doelen,
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- bijdragen
- helpen
- behoren
- moeten
Sample Sentences
-
Ik had twee broeders, die ouder waren dan ik; de oudste diende als luitenant-kolonel bij een regement voetvolk in Vlaanderen, toen hij in den slag tegen de Spanjaarden bij Duinkerken sneuvelde. Ik heb nimmer vernomen wat er van mijn tweeden broeder geworden is, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] met den matroos en den jongen, volgens gewoonte, uit visschen gaan, want zijne vrienden zouden het avondmaal bij hem komen gebruiken. Zoodra ik eenigen visch had, moest ik naar huis keeren en hem dien brengen.
(Robinson Crusoe)
-
Wij vulden dus onze kruiken, aten den haas, dien wij gedood hadden, en besloten te vertrekken, zonder dat wij eenig spoor van menschen voetstappen in die landstreek gezien hadden.
(Robinson Crusoe)
-
Eens of twee maal meende ik den Piek van Teneriffe te zien, en had veel lust te trachten dien te bereiken; maar twee maal werd ik door tegenwinden teruggedreven, ook ging de zee dan te hoog voor mijne boot, dus besloot ik mijn eerste voornemen te volgen, en het langs de kust te houden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] op dit werk dan ik. Wij waren er den geheelen dag mede bezig; maar eindelijk waren wij er mede gereed en spanden de huid over de tent van onze boot; de zon droogde haar in twee dagen, en naderhand diende zij mij om op te liggen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] plaats, waar ik eerst aan land gekomen was, zoodat ik bemerkte, dat daar eenige strooming in het water was, wat mij hoop gaf, daar eene kreek of rivier te zullen vinden, die mij als eene haven kon dienen, om mijne lading aan wal te brengen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] op die wijze tegen te houden. Gedurende dien tijd maakte de vloed het vlot allengs meer gelijk, en kort daarop, daar het water nog rees, was ik weder vlot, en duwde mijn vlot af met den riem, dien ik had, in het kanaal. Toen ik daar hooger op kwam, bevond ik mij eindelijk in den mond van eene kleine rivier, met land aan weerszijden, en waar het getij zeer sterk liep.
(Robinson Crusoe)
-
[...] 140 [ lb = gewicht ] zal bedragen hebben, had ik toen in wel honderd partijen verdeeld. Van het vaatje, dat nat geweest was, vreesde ik geenerlei gevaar, dus plaatste ik het in mijn nieuwen kelder, dien ik goedvond mijn keuken te noemen, en het overige verborg ik hier en daar in holten tusschen de klippen, in dier voege, dat er geen nat bij komen kon, terwijl ik zorgvuldig de plaatsen merkte, waar [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik heb reeds aangemerkt, hoe ik al mijne goederen binnen deze schans bragt en in den kelder, dien ik gemaakt had, maar ik moet er bij vermelden, dat dit in den beginne een verwarde hoop goederen was, die, daar zij ordeloos door elkander lagen, de geheele plaats vulden. Ik kon mij keeren noch [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zolder met twee stijlen met twee planken dwars er over; den volgenden dag was dit afgewerkt, en door nog meer stutten te plaatsen, had ik in eene week het dak in orde, en de op rijen staande palen, dienden thans om de verdeelingen van mijn huis te maken.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch dienen, from Old Dutch thienon, from Proto-Germanic *þewanōną. See: Middle Dutch '
dienen', Old Dutch 'thienon', Proto-Germanic '
*þewanōną'.
Verbs referencing "dienen"
Luxembourgish
déngen, Cimbrian diinan.
Additional Information