dienen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dienen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dienen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dienend
Past participle - Verleden deelwoord: gediend

Cognates

See the 5 cognates of dienen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdien
jijdient
hijdient
wijdienen
julliedienen
zijdienen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gediend
jijhebt gediend
hijheeft gediend
wijhebben gediend
julliehebben gediend
zijhebben gediend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdiende
jijdiende
hijdiende
wijdienden
julliedienden
zijdienden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gediend
jijhad gediend
hijhad gediend
wijhadden gediend
julliehadden gediend
zijhadden gediend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dienen
jijzult dienen
hijzal dienen
wijzullen dienen
julliezullen dienen
zijzullen dienen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gediend hebben
jijzult gediend hebben
hijzal gediend hebben
wijzullen gediend hebben
julliezullen gediend hebben
zijzullen gediend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dienen
jijzou dienen
hijzou dienen
wijzouden dienen
julliezouden dienen
zijzouden dienen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gediend hebben
jijzou gediend hebben
hijzou gediend hebben
wijzouden gediend hebben
julliezouden gediend hebben
zijzouden gediend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdien

Translations

  • avail, to be of service to
  • await, to serve
  • function, to have a function
  • page, attend as a page
  • serve, to work for
  • service, to serve
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bijdragen
    helpen
    behoren
    moeten

    Sample Sentences

    • Ik had twee broeders, die ouder waren dan ik; de oudste diende als luitenant-kolonel bij een regement voetvolk in Vlaanderen, toen hij in den slag tegen de Spanjaarden bij Duinkerken sneuvelde. Ik heb nimmer vernomen wat er van mijn tweeden broeder geworden is, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] met den matroos en den jongen, volgens gewoonte, uit visschen gaan, want zijne vrienden zouden het avondmaal bij hem komen gebruiken. Zoodra ik eenigen visch had, moest ik naar huis keeren en hem dien brengen. (Robinson Crusoe)
    • Wij vulden dus onze kruiken, aten den haas, dien wij gedood hadden, en besloten te vertrekken, zonder dat wij eenig spoor van menschen voetstappen in die landstreek gezien hadden. (Robinson Crusoe)
    • Eens of twee maal meende ik den Piek van Teneriffe te zien, en had veel lust te trachten dien te bereiken; maar twee maal werd ik door tegenwinden teruggedreven, ook ging de zee dan te hoog voor mijne boot, dus besloot ik mijn eerste voornemen te volgen, en het langs de kust te houden. (Robinson Crusoe)
    • [...] op dit werk dan ik. Wij waren er den geheelen dag mede bezig; maar eindelijk waren wij er mede gereed en spanden de huid over de tent van onze boot; de zon droogde haar in twee dagen, en naderhand diende zij mij om op te liggen. (Robinson Crusoe)
    • [...] plaats, waar ik eerst aan land gekomen was, zoodat ik bemerkte, dat daar eenige strooming in het water was, wat mij hoop gaf, daar eene kreek of rivier te zullen vinden, die mij als eene haven kon dienen, om mijne lading aan wal te brengen. (Robinson Crusoe)
    • [...] op die wijze tegen te houden. Gedurende dien tijd maakte de vloed het vlot allengs meer gelijk, en kort daarop, daar het water nog rees, was ik weder vlot, en duwde mijn vlot af met den riem, dien ik had, in het kanaal. Toen ik daar hooger op kwam, bevond ik mij eindelijk in den mond van eene kleine rivier, met land aan weerszijden, en waar het getij zeer sterk liep. (Robinson Crusoe)
    • [...] 140 [ lb = gewicht ] zal bedragen hebben, had ik toen in wel honderd partijen verdeeld. Van het vaatje, dat nat geweest was, vreesde ik geenerlei gevaar, dus plaatste ik het in mijn nieuwen kelder, dien ik goedvond mijn keuken te noemen, en het overige verborg ik hier en daar in holten tusschen de klippen, in dier voege, dat er geen nat bij komen kon, terwijl ik zorgvuldig de plaatsen merkte, waar [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik heb reeds aangemerkt, hoe ik al mijne goederen binnen deze schans bragt en in den kelder, dien ik gemaakt had, maar ik moet er bij vermelden, dat dit in den beginne een verwarde hoop goederen was, die, daar zij ordeloos door elkander lagen, de geheele plaats vulden. Ik kon mij keeren noch [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zolder met twee stijlen met twee planken dwars er over; den volgenden dag was dit afgewerkt, en door nog meer stutten te plaatsen, had ik in eene week het dak in orde, en de op rijen staande palen, dienden thans om de verdeelingen van mijn huis te maken. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch dienen, from Old Dutch thienon, from Proto-Germanic *þewanōną. See: Middle Dutch 'dienen', Old Dutch 'thienon', Proto-Germanic '*þewanōną'.

    Verbs referencing "dienen"

    Luxembourgish déngen, Cimbrian diinan.

    Additional Information