deporteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of deporteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: deporteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deporterend
Past participle - Verleden deelwoord: gedeporteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdeporteer
jijdeporteert
hijdeporteert
wijdeporteren
julliedeporteren
zijdeporteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedeporteerd
jijhebt gedeporteerd
hijheeft gedeporteerd
wijhebben gedeporteerd
julliehebben gedeporteerd
zijhebben gedeporteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdeporteerde
jijdeporteerde
hijdeporteerde
wijdeporteerden
julliedeporteerden
zijdeporteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedeporteerd
jijhad gedeporteerd
hijhad gedeporteerd
wijhadden gedeporteerd
julliehadden gedeporteerd
zijhadden gedeporteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal deporteren
jijzult deporteren
hijzal deporteren
wijzullen deporteren
julliezullen deporteren
zijzullen deporteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedeporteerd hebben
jijzult gedeporteerd hebben
hijzal gedeporteerd hebben
wijzullen gedeporteerd hebben
julliezullen gedeporteerd hebben
zijzullen gedeporteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou deporteren
jijzou deporteren
hijzou deporteren
wijzouden deporteren
julliezouden deporteren
zijzouden deporteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedeporteerd hebben
jijzou gedeporteerd hebben
hijzou gedeporteerd hebben
wijzouden gedeporteerd hebben
julliezouden gedeporteerd hebben
zijzouden gedeporteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdeporteer

Translations

  • deport, to evict, especially from a country
  • expel, to deport
  • transport, historical: deport to a penal colony
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch deporteren, from Middle French deporter, from Latin deporto. See: Latin 'deporto'.

    Additional Information