conformeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of conformeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: conformeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: conformerend
Past participle - Verleden deelwoord: geconformeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikconformeer
jijconformeert
hijconformeert
wijconformeren
jullieconformeren
zijconformeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geconformeerd
jijhebt geconformeerd
hijheeft geconformeerd
wijhebben geconformeerd
julliehebben geconformeerd
zijhebben geconformeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikconformeerde
jijconformeerde
hijconformeerde
wijconformeerden
jullieconformeerden
zijconformeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geconformeerd
jijhad geconformeerd
hijhad geconformeerd
wijhadden geconformeerd
julliehadden geconformeerd
zijhadden geconformeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal conformeren
jijzult conformeren
hijzal conformeren
wijzullen conformeren
julliezullen conformeren
zijzullen conformeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geconformeerd hebben
jijzult geconformeerd hebben
hijzal geconformeerd hebben
wijzullen geconformeerd hebben
julliezullen geconformeerd hebben
zijzullen geconformeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou conformeren
jijzou conformeren
hijzou conformeren
wijzouden conformeren
julliezouden conformeren
zijzouden conformeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geconformeerd hebben
jijzou geconformeerd hebben
hijzou geconformeerd hebben
wijzouden geconformeerd hebben
julliezouden geconformeerd hebben
zijzouden geconformeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijconformeer

Translations

  • defer, to submit to the opinion or desire of another
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanpassen
    schikken

    Sample Sentences

    • Ik dien het daaraan te conformeren. (I have to conform it to that.)
    • Wij dienen ons hieraan te conformeren. (We must conform to this.)

    Etymology

    Borrowed from French conformer. See: French 'conformer'.

    Additional Information