Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: branden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: brandend
Past participle - Verleden deelwoord: gebrand
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | brand |
| jij | brandt |
| hij | brandt |
| wij | branden |
| jullie | branden |
| zij | branden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gebrand |
| jij | hebt gebrand |
| hij | heeft gebrand |
| wij | hebben gebrand |
| jullie | hebben gebrand |
| zij | hebben gebrand |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | brandde |
| jij | brandde |
| hij | brandde |
| wij | brandden |
| jullie | brandden |
| zij | brandden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gebrand |
| jij | had gebrand |
| hij | had gebrand |
| wij | hadden gebrand |
| jullie | hadden gebrand |
| zij | hadden gebrand |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal branden |
| jij | zult branden |
| hij | zal branden |
| wij | zullen branden |
| jullie | zullen branden |
| zij | zullen branden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gebrand hebben |
| jij | zult gebrand hebben |
| hij | zal gebrand hebben |
| wij | zullen gebrand hebben |
| jullie | zullen gebrand hebben |
| zij | zullen gebrand hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou branden |
| jij | zou branden |
| hij | zou branden |
| wij | zouden branden |
| jullie | zouden branden |
| zij | zouden branden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gebrand hebben |
| jij | zou gebrand hebben |
| hij | zou gebrand hebben |
| wij | zouden gebrand hebben |
| jullie | zouden gebrand hebben |
| zij | zouden gebrand hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'branden'
aanaarden,
aanbanden,
aanbelanden,
aanbloeden,
aanboorden,
aanbranden,
aanduiden,
aanlanden,
aanleiden,
aanmelden,
aanranden,
aanspelden,
aanspoeden,
aanvaarden,
aanwenden,
aanzanden,
afbeelden,
afgronden,
afleiden,
afmelden, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'branden'
braden,
afranden,
baden,
banen,
binden,
brengen,
gronden,
landen,
raden,
stranden,
Translations
force, baseball To create an out by touching a base
nettle, of the nettle plant etc., to sting causing a rash
roast, to process by drying through heat-exposure
Sample Sentences
-
[...] de Afrikaansche kust had; maar al wat mij thans overschoot was, als ik eene geit gedood had, dat ik dan het vet bewaarde, in eene kom van klei, in de zon gedroogd, en een pit van eiken schors daarin brandde. Te midden van mijn arbeid kwam mij een zakje in de hand, waarin koorn was geweest, om het vorige gevogelte mede te voeden, ik denk toen het schip van Lissabon kwam. Wat er in overgebleven was, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] eenigzins bedwelmde, daar de tabak zwaar en ik er niet zeer aan gewoon was; daarop nam ik eenigen en weekte dien een paar uren in rum, en besloot daar wat van te nemen als ik slapen ging, eindelijk brandde ik wat op kolen en hield mijn neus daarover, zoo lang ik het uithouden kon.
(Robinson Crusoe)
-
[...] jaren geenerlei hoop zich opdeed, kwam mij dit dikwijls in de gedachten. Het werd nu laat, en de tabak had, gelijk ik zeide, mijn hoofd zoo bedwelmd, dat ik slaperig werd, ik liet dan mijne lamp branden, om te kunnen zien als ik des nachts wat noodig mogt hebben, en ging naar bed. Maar voor ik mij nederlegde, deed ik wat ik nog nimmer had gedaan, ik viel op mijne knieën, en bad God zijne belofte [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zoo sterk was, was het water dik; maar daar ik hier de zee helder zag, bemerkte ik tevens dat de strooming afnam; en thans vond ik tien minuten verder oostelijk, dat de zee op eenige klippen brandde; deze rotsen scheidden de strooming weder, de voornaamste liep meer zuidelijk, en liet de klippen in het noord-oosten; de tweede, op de klippen stuitende, keerde met eene zware strooming weder naar [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik had eene groote, hooge, onbehouwen muts op, van geitenvellen, met een klep van achteren, zoowel voor het branden van de zon, als omdat de regen niet in mijn hals zou loopen, want in dit klimaat is niets nadeeliger dan dat de regen onder iemands kleederen en op de huid komt.
(Robinson Crusoe)
-
[...] van het eiland kwam, stond ik van schrik en afschuw als verplet, daar ik het strand met hersenpannen, handen, voeten en andere gebeenten van menschen bedekt zag. Ik ontdekte eene plek waar een vuur gebrand had, en een kuil in den grond rondom liep, waar ongetwijfeld de ellendelingen bij hun afschuwelijk feest gegeten hadden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] aan den voet van eene groote rots, waar het toeval, (zou ik vroeger gezegd hebben, maar het was inderdaad de Voorzienigheid ) mij heenvoerde, terwijl ik eenige zware takken kapte om houtskolen te branden. Vooraf moet ik zeggen waarom ik houtskolen maakte. Ik was bevreesd bij mijne woning vuur te stoken, gelijk ik zeide, en toch kon ik niet leven zonder mijn brood te bakken, mijn vleesch te koken [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] stoken, gelijk ik zeide, en toch kon ik niet leven zonder mijn brood te bakken, mijn vleesch te koken enz.; en dus beproefde ik eenig hout, gelijk ik in Engeland gezien had, met aarde overdekt, te branden tot het kolen waren, alsdan doofde ik het vuur uit, bragt de houtskolen naar huis, en gebruikte die om vuur te maken, zonder gevaar van den rook. Doch om tot mijn verhaal terug te keeren. Terwijl ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] misschien opgeligt hebben. Maar nog trachtte ik moed te scheppen met het denkbeeld, dat God alomtegenwoordig was en mij kon beschermen, en weder voorwaarts stappende, zag ik bij het licht van het brandend hout, dat ik boven mijn hoofd hield, zag ik, zeg ik, een allermonsterachtigsten, vreesselijken ouden bok op den grond liggen, die daar lag te zieltogen en van ouderdom scheen te sterven. Ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] begrijpen, dat zoo ik hen niet kon helpen, zij dit mij konden doen; dus haalde ik al het drooge hout bijeen, dat ik vinden kon, stapelde het op een hoop en stak het in brand. Het hout was droog en brandde fel op, en hoe hard het ook woei, brandde het geheel op, zoodat als er een schip was, men het daar zien moest. Ongetwijfeld was dit ook zoo, want zoodra het vuur opbrandde, deed men weder een [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
1. From Middle Dutch branden, a backformation from the past forms brande, gebrant of barnen, bernen, from Old Dutch *bernan, metathesis of brennan, from Proto-West Germanic *brannijan, from Proto-Germanic *brannijaną. Displaced the form barnen. The sense “to write to a storage medium” is a semantic loan from English burn.
2. According to Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, the Middle Dutch past forms brande, gebrant were formed anew from barnde, gebarnt by analogy with the related noun brand (“fire”), thus involving a kind of "re-metathesis". However, it appears more plausible that those forms survived unaltered (alongside the regularised forms) because the consonant cluster -nd- hampered the metathesis (as it clearly did in brand). The regular a-vocalism is due to Rückumlaut (cf. German brannte, gebrannt). Only the backformation of the present stem brand- would have been influenced by the noun. See: Middle Dutch '
branden', Proto-Germanic '
*brannijaną'.
Verbs referencing "branden"
Afrikaans
brand, Bavarian brenna, German, old spelling
brennen.
Additional Information