Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: braden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bradend
Past participle - Verleden deelwoord: gebraden
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | braad |
| jij | braadt |
| hij | braadt |
| wij | braden |
| jullie | braden |
| zij | braden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gebraden |
| jij | hebt gebraden |
| hij | heeft gebraden |
| wij | hebben gebraden |
| jullie | hebben gebraden |
| zij | hebben gebraden |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | braadde |
| jij | braadde |
| hij | braadde |
| wij | braadden |
| jullie | braadden |
| zij | braadden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gebraden |
| jij | had gebraden |
| hij | had gebraden |
| wij | hadden gebraden |
| jullie | hadden gebraden |
| zij | hadden gebraden |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal braden |
| jij | zult braden |
| hij | zal braden |
| wij | zullen braden |
| jullie | zullen braden |
| zij | zullen braden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gebraden hebben |
| jij | zult gebraden hebben |
| hij | zal gebraden hebben |
| wij | zullen gebraden hebben |
| jullie | zullen gebraden hebben |
| zij | zullen gebraden hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou braden |
| jij | zou braden |
| hij | zou braden |
| wij | zouden braden |
| jullie | zouden braden |
| zij | zouden braden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gebraden hebben |
| jij | zou gebraden hebben |
| hij | zou gebraden hebben |
| wij | zouden gebraden hebben |
| jullie | zouden gebraden hebben |
| zij | zouden gebraden hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'braden'
aanbraden,
afladen,
afmalen,
beladen,
braden,
laden,
malen,
ontladen,
vermalen,
weven,
Verbs similar to 'braden'
baden,
branden,
raden,
afraden,
baaien,
banen,
baten,
beladen,
bidden,
bieden,
Translations
fry, to cook (something) in hot fat or oil
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
26 Junij. Ik gevoelde mij beter, en daar ik niets te eten had, nam ik mijn geweer, maar vond dat ik zeer zwak was. Ik schoot echter eene geit en bragt die met veel moeite te huis, braadde er een stukje van en at dat op. Ik had er gaarne wat vleeschnat van willen koken, maar ik had geen pot.
(Robinson Crusoe)
-
[...] en op de tafel te zetten, zoo dat ik die uit mijn bed bereiken kon, en om de koude van het water weg te nemen, goot ik er ongeveer een kwart pint rum bij; daarop nam ik een stuk geitenvleesch en braadde dit, maar ik kon er slechts weinig van eten. Ik ging naar buiten, maar was zeer zwak en neêrslagtig en kon naauwelijks mijn geweer dragen, zonder hetwelk ik nimmer uitging. Ik liep dus niet ver, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] geit, en den tweeden (den 26 ) vond ik een zeer groote schildpad, dat voor mij eene ware lekkernij was. Mijne maaltijden waren thans de volgende. Ik at een tros rozijnen voor mijn ontbijt, een stuk gebraden geiten- of schildpadvleesch (want ik had ongelukkig geen vaatwerk om in te koken of te stoven ) voor mijn middagmaal, en twee of drie schildpadeijeren maakten mijn avondmaal uit.
(Robinson Crusoe)
-
[...] gezetten tijd driemalen daags; vervolgens ging ik met mijn geweer uit om voedsel te zoeken, hetwelk mij gewoonlijk drie uren elken morgen bezig hield, als het niet regende. Eindelijk het afhalen en braden van hetgeen ik geschoten of gevangen had, waarmede een groot deel van den dag verliep. Ook moet men bedenken, dat het op het midden van den dag te warm was om uit te gaan, zoodat ik slechts tegen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] aarden pot te hebben om vloeistoffen in te bewaren, en die het vuur verdragen kon, hetgeen bij deze het geval niet was. Toen ik eenigen tijd daarna een groot vuur aangemaakt had, om mijn vleesch te braden, en het later wilde uitdooven, vond ik in het vuur een stuk van een mijner gebroken potten, dat zoo hard als een steen, en zoo rood als een tegel gebakken was. Dit gezigt verraste mij en dadelijk [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] niet konden gewaar worden. Hier bespeurde ik met behulp van mijn kijker, dat zij niet minder dan vijfendertig in getal waren, dat zij een vuur aangemaakt en vleesch toebereid hadden; hoe zij het braadden of wat het was, wist ik niet; maar zij dansten allen met allerlei zonderlinge en barbaarsche gebaren rondom het vuur.
(Robinson Crusoe)
-
[...] een vreesselijk schouwspel, althans voor mij, want Vrijdag trok het zich volstrekt niet aan. De plek was bezaaid met menschenbeenderen, de grond met bloed bedekt, hier en daar lagen groote, half gebraden stukken vleesch; kortom al de blijken van een zegefeest na eene overwinning. Vrijdag gaf mij te kennen, dat zij vier gevangenen hadden medegebragt; drie waren geslagt en de vierde was hij; dat er [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wat ik deed was Vrijdag te gelasten een halfwassen, eenjarige geit uit mijne kudde, te dooden; ik nam daarop het achterdeel, en hakte dat aan kleine stukjes; daarop zette ik Vrijdag aan het koken en braden, en maakte hun een zeer goeden maaltijd van vleesch en soep gereed; in welke laatste ik ook eenige rijst en wat koren gedaan had; en na het buiten's huis gekookt te hebben, want ik stookte nimmer [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch brâden
Verbs referencing "braden"
English
braai, Afrikaans
braai, German, Pennsylvania
brode, Sranan
brai, Dutch
braaien, Luxembourgish
broden.
Additional Information