bijladen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bijladen

The word "bijladen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bijladen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bijladend
Past participle - Verleden deelwoord: bijgelaad

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklaad bij
jijlaadt bij
hijlaadt bij
wijladen bij
jullieladen bij
zijladen bij

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bijgelaad
jijhebt bijgelaad
hijheeft bijgelaad
wijhebben bijgelaad
julliehebben bijgelaad
zijhebben bijgelaad

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklaadde bij
jijlaadde bij
hijlaadde bij
wijlaadden bij
jullielaadden bij
zijlaadden bij

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bijgelaad
jijhad bijgelaad
hijhad bijgelaad
wijhadden bijgelaad
julliehadden bijgelaad
zijhadden bijgelaad

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bijladen
jijzult bijladen
hijzal bijladen
wijzullen bijladen
julliezullen bijladen
zijzullen bijladen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bijgelaad hebben
jijzult bijgelaad hebben
hijzal bijgelaad hebben
wijzullen bijgelaad hebben
julliezullen bijgelaad hebben
zijzullen bijgelaad hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bijladen
jijzou bijladen
hijzou bijladen
wijzouden bijladen
julliezouden bijladen
zijzouden bijladen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bijgelaad hebben
jijzou bijgelaad hebben
hijzou bijgelaad hebben
wijzouden bijgelaad hebben
julliezouden bijgelaad hebben
zijzouden bijgelaad hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlaad bij

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information