bewimpelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bewimpelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bewimpelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bewimpelend
Past participle - Verleden deelwoord: bewimpeld

Cognates

See the 2 cognates of bewimpelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbewimpel
jijbewimpelt
hijbewimpelt
wijbewimpelen
julliebewimpelen
zijbewimpelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bewimpeld
jijhebt bewimpeld
hijheeft bewimpeld
wijhebben bewimpeld
julliehebben bewimpeld
zijhebben bewimpeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbewimpelde
jijbewimpelde
hijbewimpelde
wijbewimpelden
julliebewimpelden
zijbewimpelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bewimpeld
jijhad bewimpeld
hijhad bewimpeld
wijhadden bewimpeld
julliehadden bewimpeld
zijhadden bewimpeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bewimpelen
jijzult bewimpelen
hijzal bewimpelen
wijzullen bewimpelen
julliezullen bewimpelen
zijzullen bewimpelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bewimpeld hebben
jijzult bewimpeld hebben
hijzal bewimpeld hebben
wijzullen bewimpeld hebben
julliezullen bewimpeld hebben
zijzullen bewimpeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bewimpelen
jijzou bewimpelen
hijzou bewimpelen
wijzouden bewimpelen
julliezouden bewimpelen
zijzouden bewimpelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bewimpeld hebben
jijzou bewimpeld hebben
hijzou bewimpeld hebben
wijzouden bewimpeld hebben
julliezouden bewimpeld hebben
zijzouden bewimpeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbewimpel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "bewimpelen"

English bewimple.

Additional Information