bewieroken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bewieroken

The word "bewieroken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bewieroken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bewierokend
Past participle - Verleden deelwoord: bewierookt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbewierook
jijbewierookt
hijbewierookt
wijbewieroken
julliebewieroken
zijbewieroken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bewierookt
jijhebt bewierookt
hijheeft bewierookt
wijhebben bewierookt
julliehebben bewierookt
zijhebben bewierookt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbewierookte
jijbewierookte
hijbewierookte
wijbewierookten
julliebewierookten
zijbewierookten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bewierookt
jijhad bewierookt
hijhad bewierookt
wijhadden bewierookt
julliehadden bewierookt
zijhadden bewierookt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bewieroken
jijzult bewieroken
hijzal bewieroken
wijzullen bewieroken
julliezullen bewieroken
zijzullen bewieroken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bewierookt hebben
jijzult bewierookt hebben
hijzal bewierookt hebben
wijzullen bewierookt hebben
julliezullen bewierookt hebben
zijzullen bewierookt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bewieroken
jijzou bewieroken
hijzou bewieroken
wijzouden bewieroken
julliezouden bewieroken
zijzouden bewieroken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bewierookt hebben
jijzou bewierookt hebben
hijzou bewierookt hebben
wijzouden bewierookt hebben
julliezouden bewierookt hebben
zijzouden bewierookt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbewierook

Verbs conjugated like 'bewieroken'

aanbleken, aanhaken, aankweken, aanmaken, aanpreken, aanraken, aansmeken, aanstoken, afhaken, afkraken, afmaken, afpreken, bekendmaken, bewaken, dichtmaken, dopen, gapen, geraken, inmaken, inschepen, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'bewieroken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch bewieroken. Equivalent to wierook + be- -en.

Additional Information