beweren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beweren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beweren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bewerend
Past participle - Verleden deelwoord: beweerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeweer
jijbeweert
hijbeweert
wijbeweren
julliebeweren
zijbeweren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beweerd
jijhebt beweerd
hijheeft beweerd
wijhebben beweerd
julliehebben beweerd
zijhebben beweerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeweerde
jijbeweerde
hijbeweerde
wijbeweerden
julliebeweerden
zijbeweerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beweerd
jijhad beweerd
hijhad beweerd
wijhadden beweerd
julliehadden beweerd
zijhadden beweerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beweren
jijzult beweren
hijzal beweren
wijzullen beweren
julliezullen beweren
zijzullen beweren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beweerd hebben
jijzult beweerd hebben
hijzal beweerd hebben
wijzullen beweerd hebben
julliezullen beweerd hebben
zijzullen beweerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beweren
jijzou beweren
hijzou beweren
wijzouden beweren
julliezouden beweren
zijzouden beweren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beweerd hebben
jijzou beweerd hebben
hijzou beweerd hebben
wijzouden beweerd hebben
julliezouden beweerd hebben
zijzouden beweerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeweer

Translations

  • allege, assert without proof
  • claim, to state a new fact
  • purport, to convey
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Tegen den avond verzochten de stuurman en de bootsman den kapitein, dat zij den fokkemast mogten kappen; waartoe hij weinig lust had; doch de bootsman beweerde, dat, zoo het niet gebeurde, het schip zinken moest. Toen het geschied was stond de groote mast zoo los, en gaf het schip zulke geweldige rukken, dat wij verpligt waren dien ook te kappen, en niets [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] schoon in bezadigde oogenblikken mijne rede en mijn gezond oordeel mij aanrieden, naar het ouderlijk huis te gaan, kon ik er niet toe besluiten. Ik weet niet hoe ik dit noemen zal; ik wil ook niet beweren, dat eene geheime magt ons aandrijft ons in ons verderf te storten, al is het dat het bloot voor ons ligt en wij er met open oogen ons in begeven. Zeker kon niets dan eene allerkrachtigste magt mij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] smeekten zij dat men hen, om Gods wil, aan boord zou nemen, want dat zij vermoord zouden worden; en of de kapitein hen aan bood wilde laten komen, al liet hij hen ook dadelijk ophangen. De kapitein beweerde hierop, dat hij buiten mij niets doen kon, maar na eenige bedenkingen en op hunne plegtige beloften van beterschap werden zij aan boord genomen, en eene poos daarna duchtig afgestraft; vervolgens [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    1. From a merger of two Middle Dutch verbs:
    2. * Middle Dutch beweren, an eastern variant of bewaren (“to prove”), from waer (“true”) (modern waar). Equivalent to waar + be- -en.
    3. * Middle Dutch beweren, equivalent to be- + weren (“to defend against, to hold back”). Closely related to bewaren (“to uphold, to stand one's ground”) (modern bewaren).

    Verbs referencing "beweren"

    German, old spelling bewehren.

    Additional Information