bevolken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bevolken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bevolken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevolkend
Past participle - Verleden deelwoord: bevolkt

Cognates

See the 3 cognates of bevolken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbevolk
jijbevolkt
hijbevolkt
wijbevolken
julliebevolken
zijbevolken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bevolkt
jijhebt bevolkt
hijheeft bevolkt
wijhebben bevolkt
julliehebben bevolkt
zijhebben bevolkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbevolkte
jijbevolkte
hijbevolkte
wijbevolkten
julliebevolkten
zijbevolkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bevolkt
jijhad bevolkt
hijhad bevolkt
wijhadden bevolkt
julliehadden bevolkt
zijhadden bevolkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bevolken
jijzult bevolken
hijzal bevolken
wijzullen bevolken
julliezullen bevolken
zijzullen bevolken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bevolkt hebben
jijzult bevolkt hebben
hijzal bevolkt hebben
wijzullen bevolkt hebben
julliezullen bevolkt hebben
zijzullen bevolkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bevolken
jijzou bevolken
hijzou bevolken
wijzouden bevolken
julliezouden bevolken
zijzouden bevolken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bevolkt hebben
jijzou bevolkt hebben
hijzou bevolkt hebben
wijzouden bevolkt hebben
julliezouden bevolkt hebben
zijzouden bevolkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbevolk

Translations

  • people, to fill with people
  • people, to inhabit, to occupy
  • populate, to live in
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Nu was mijn eiland bevolkt, en ik achtte mij reeds ruim voorzien van onderdanen, en verheugde mij thans dikwijls met het denkbeeld hoeveel ik van een koning had. In de eerste plaats was het eiland geheel en al mijn eigendom, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From volk + be- -en.

    Verbs referencing "bevolken"

    Swedish befolka.

    Additional Information