Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: beraadslagen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beraadslagend
Past participle - Verleden deelwoord: beraadslaagd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | beraadslaag |
| jij | beraadslaagt |
| hij | beraadslaagt |
| wij | beraadslagen |
| jullie | beraadslagen |
| zij | beraadslagen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb beraadslaagd |
| jij | hebt beraadslaagd |
| hij | heeft beraadslaagd |
| wij | hebben beraadslaagd |
| jullie | hebben beraadslaagd |
| zij | hebben beraadslaagd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | beraadslaagde |
| jij | beraadslaagde |
| hij | beraadslaagde |
| wij | beraadslaagden |
| jullie | beraadslaagden |
| zij | beraadslaagden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had beraadslaagd |
| jij | had beraadslaagd |
| hij | had beraadslaagd |
| wij | hadden beraadslaagd |
| jullie | hadden beraadslaagd |
| zij | hadden beraadslaagd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal beraadslagen |
| jij | zult beraadslagen |
| hij | zal beraadslagen |
| wij | zullen beraadslagen |
| jullie | zullen beraadslagen |
| zij | zullen beraadslagen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal beraadslaagd hebben |
| jij | zult beraadslaagd hebben |
| hij | zal beraadslaagd hebben |
| wij | zullen beraadslaagd hebben |
| jullie | zullen beraadslaagd hebben |
| zij | zullen beraadslaagd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou beraadslagen |
| jij | zou beraadslagen |
| hij | zou beraadslagen |
| wij | zouden beraadslagen |
| jullie | zouden beraadslagen |
| zij | zouden beraadslagen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou beraadslaagd hebben |
| jij | zou beraadslaagd hebben |
| hij | zou beraadslaagd hebben |
| wij | zouden beraadslaagd hebben |
| jullie | zouden beraadslaagd hebben |
| zij | zouden beraadslaagd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'beraadslagen'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'beraadslagen'
raadplegen,
aanklagen,
bedragen,
behandelen,
beklagen,
benadelen,
bewandelen,
verdagen,
verdragen,
verlagen,
Translations
deliberate, consider carefully
impart, to hold a conference or consultation
Sample Sentences
-
[...] om zich eenig voedsel te verschaffen. Ik vroeg hem wat hij dacht, dat er daar van hen worden zou, en of zij geen plan tot ontvlugting ooit gemaakt hadden. Hierover zeide hij, hadden zij dikwijls beraadslaagd, maar daar zij noch vaartuigen, noch werktuigen om ze te bouwen, bezaten, noch eenigen voorraad hoegenaamd, was hunne overlegging altijd in wanhoop en tranen geëindigd. Ik vroeg hem hoe hij dacht, [...]
(Robinson Crusoe)
-
Terwijl zij zaten te beraadslagen, deed de kapitein een zeer verstandig voorstel. Hij begreep namelijk, dat zij weder allen te gelijk hunne geweren zouden afvuren, ten einde hunne makkers dit zouden hooren, en dan stelde hij voor [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] winter had men in vele jaren in Europa niet vernomen ) voorstelde dat wij allen naar Fontarabia zouden gaan, en ons daar inschepen naar Bordeaux, dat een korte reis was. Toen wij echter hierover beraadslaagden, kwamen er vier Fransche heeren aan, die aan de Fransche zijde, even als wij aan de Spaansche, gebleven waren, tot zij een gids hadden gevonden, die het land bij het hoofd van Languedoc [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From beraad + slagen.
Additional Information