raadplegen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of raadplegen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: raadplegen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: raadplegend
Past participle - Verleden deelwoord: geraadplegd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikraadpleg
jijraadplegt
hijraadplegt
wijraadplegen
jullieraadplegen
zijraadplegen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geraadplegd
jijhebt geraadplegd
hijheeft geraadplegd
wijhebben geraadplegd
julliehebben geraadplegd
zijhebben geraadplegd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikraadplegde
jijraadplegde
hijraadplegde
wijraadplegden
jullieraadplegden
zijraadplegden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geraadplegd
jijhad geraadplegd
hijhad geraadplegd
wijhadden geraadplegd
julliehadden geraadplegd
zijhadden geraadplegd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal raadplegen
jijzult raadplegen
hijzal raadplegen
wijzullen raadplegen
julliezullen raadplegen
zijzullen raadplegen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geraadplegd hebben
jijzult geraadplegd hebben
hijzal geraadplegd hebben
wijzullen geraadplegd hebben
julliezullen geraadplegd hebben
zijzullen geraadplegd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou raadplegen
jijzou raadplegen
hijzou raadplegen
wijzouden raadplegen
julliezouden raadplegen
zijzouden raadplegen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geraadplegd hebben
jijzou geraadplegd hebben
hijzou geraadplegd hebben
wijzouden geraadplegd hebben
julliezouden geraadplegd hebben
zijzouden geraadplegd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijraadpleg

Translations

  • consult, ask advice
  • consult, transitive, to ask advice of; to seek the opinion of
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bestuderen
    naslaan

    Sample Sentences

    • [...] in een schip, dat zijn vader toekwam. Hij noodigde mij uit hem te vergezellen, met de gewone drangreden van een zeeman, namelijk, dat de overtogt mij niets zou kosten. Zonder alstoen mijne ouders te raadplegen, zonder hen kennis te geven van mijn vertrek, liet ik het aan het toeval over, wanneer en op welke wijze zij hiervan berigt zouden bekomen; zonder te denken om mijns vaders zegen of dien van God te [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hard te schreeuwen als zij konden, en daar zij, naar het schijnt, het niet durfden wagen te ver van de kust te gaan, of zich in kleine partijen te verdeelen, gingen zij onder een boom zitten om te raadplegen. Zoo zij goedgevonden hadden daar te gaan slapen, zoo als de anderen gedaan hadden, zouden zij ons ligt werk gemaakt hebben; maar zij vreesden te veel gevaar om te durven slapen, schoon zij niet [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From raad (“advice, counsel”) + plegen.

    Verbs referencing "raadplegen"

    Afrikaans raadpleeg.

    Additional Information