begeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of begeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: begeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: begerend
Past participle - Verleden deelwoord: begeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbegeer
jijbegeert
hijbegeert
wijbegeren
julliebegeren
zijbegeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb begeerd
jijhebt begeerd
hijheeft begeerd
wijhebben begeerd
julliehebben begeerd
zijhebben begeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbegeerde
jijbegeerde
hijbegeerde
wijbegeerden
julliebegeerden
zijbegeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad begeerd
jijhad begeerd
hijhad begeerd
wijhadden begeerd
julliehadden begeerd
zijhadden begeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal begeren
jijzult begeren
hijzal begeren
wijzullen begeren
julliezullen begeren
zijzullen begeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal begeerd hebben
jijzult begeerd hebben
hijzal begeerd hebben
wijzullen begeerd hebben
julliezullen begeerd hebben
zijzullen begeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou begeren
jijzou begeren
hijzou begeren
wijzouden begeren
julliezouden begeren
zijzouden begeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou begeerd hebben
jijzou begeerd hebben
hijzou begeerd hebben
wijzouden begeerd hebben
julliezouden begeerd hebben
zijzouden begeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbegeer

Translations

  • covet, to wish for with eagerness
  • covet, to long for inordinately or unlawfully
  • desire, want emotionally or sexually
  • lust, strongly desire
  • lust, crave sexual contact
  • want, desire
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] gesproken heb, herinner ik mij niet ooit iets gehoord te hebben, dat zoo afgrijsselijk was. De bedenking hiervan en dat het duister werd, riep ons van daar, anders hadden wij zeker, gelijk Vrijdag begeerde, dien monsterachtigen beer de huid afgestroopt, die het wel waard was, doch wij hadden nog drie mijlen af te leggen en onze gids haastte ons; dus lieten wij hem liggen en vervolgden onze reis. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch begeren. Equivalent to be- + geren.

    Additional Information