bedaren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedaren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedaren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedarend
Past participle - Verleden deelwoord: bedaard

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedaar
jijbedaart
hijbedaart
wijbedaren
julliebedaren
zijbedaren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben bedaard
jijbent bedaard
hijis bedaard
wijzijn bedaard
julliezijn bedaard
zijzijn bedaard

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedaarde
jijbedaarde
hijbedaarde
wijbedaarden
julliebedaarden
zijbedaarden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas bedaard
jijwas bedaard
hijwas bedaard
wijwaren bedaard
julliewaren bedaard
zijwaren bedaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedaren
jijzult bedaren
hijzal bedaren
wijzullen bedaren
julliezullen bedaren
zijzullen bedaren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedaard zijn
jijzult bedaard zijn
hijzal bedaard zijn
wijzullen bedaard zijn
julliezullen bedaard zijn
zijzullen bedaard zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedaren
jijzou bedaren
hijzou bedaren
wijzouden bedaren
julliezouden bedaren
zijzouden bedaren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedaard zijn
jijzou bedaard zijn
hijzou bedaard zijn
wijzouden bedaard zijn
julliezouden bedaard zijn
zijzouden bedaard zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedaar

Translations

  • allay, to make quiet or put at rest
  • compose, to calm oneself down
  • placate, to calm
  • settle, to calm
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Deze goede en verstandige voornemens duurden zoo lang de storm aanhield en zelfs nog eenigen tijd daarna, maar den volgenden dag werd de wind bedaard, de zee werd kalm, en ik begon er mij aan te gewennen; echter was ik dien geheelen dag zeer ernstig, want ik was nog een weinig zeeziek. Tegen den avond klaarde de lucht op, de wind ging geheel [...] (Robinson Crusoe)
    • Wij werkten voort, maar het water klom. Het was blijkbaar, dat wij moesten zinken, en hoewel de storm een weinig bedaard was, was het niet mogelijk dat het schip drijvende kon blijven, totdat wij eene haven konden bereiken. De kapitein bleef derhalve noodseinen doen, en een klein schip, dat voor ons had gelegen, [...] (Robinson Crusoe)
    • Behalve dezen woedenden storm, hadden wij ook nog het ongeluk, een man aan de heete koorts te verliezen, en een man en een jongen werden over boord geslagen. Toen het weder op den twaalfden dag wat bedaarde, maakte de kapitein zijn bestek op, zoo goed als hij kon, en bevond, dat hij op ongeveer 11° N. breedte was, maar dat hij op 22° lengte bewesten kaap St. Augustijn was; zoodat hij berekende op de [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] in eene andere wereld, want in deze hadden wij weinig meer te verrigten. Onze eenigste hoop was, dat het schip nog heel bleef, en de kapitein opmerkte, dat de wind begon te gaan liggen. Maar al bedaarde de wind ook, dan bleef onze toestand toch vreesselijk. Ons schip zat zoo vast, dat wij niet hopen konden het weder vlot te krijgen, en wij moesten slechts denken, het lijf er af te brengen. Wij [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen ik ontwaakte was het helder dag, fraai weder en de storm bedaard, zoodat de zee kalm was. Tot mijne verbazing zag ik, dat het schip des nachts, van de zandbank, waarop het lag, door den vloed vlot geraakt, en tot bij de klip gedreven was, waar ik, gelijk ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] toen ik terugkwam, vond ik geen spoor van eenig bezoek, behalve eene soort van wilde kat, die op eene der kisten zat, en bij mijne aankomst een eind weegs wegliep, en toen stilstond. Zij zat zeer bedaard en gerust, en zag mij stijf aan, alsof zij wel lust had, nader kennis met mij te maken. Ik legde een geweer op haar aan, maar daar zij hiervan niets begreep, bleef zij zeer bedaard zitten; [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zat zeer bedaard en gerust, en zag mij stijf aan, alsof zij wel lust had, nader kennis met mij te maken. Ik legde een geweer op haar aan, maar daar zij hiervan niets begreep, bleef zij zeer bedaard zitten; daarop wierp ik haar een stuk beschuit toe, waarmede ik echter niet zeer mild was, want mijn voorraad was niet groot. Echter gaf ik haar een stukje, gelijk ik zeide, en zij ging er naar toe, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] was geraakt en op het strand veel digter bij het eiland was gedreven; hetwelk aan den eenen kant eene vertroosting was, want daar het overeind was en niet in stukken gebroken, hoopte ik, als de wind bedaarde, er aan boord te komen en eenig voedsel en noodwendigheden voor mij uit te halen. Aan den anderen kant hernieuwde het mijn jammer over het verlies mijner makkers, die, als wij allen aan boord [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] orkaan. De zee was plotseling met schuim bedekt, de golven sloegen over het strand, de boomen werden ontworteld; en deze verschrikkelijke storm duurde omtrent drie uren, toen begon hij te bedaren, en twee uren later was het weder kalm, en begon het geweldig te regenen. Al dien tijd zat ik op den grond, zeer beducht en neêrslagtig, toen het mij plotseling inviel, dat, daar deze wind en regen [...] (Robinson Crusoe)
    • Aldus leefde ik zeer rustig, mijn geest was zeer bedaard, doordien ik mij geheel aan Gods wil onderworpen en aan zijne voorzienigheid toevertrouwd had. Hierdoor leefde ik beter dan in de maatschappij, want als ik naar verkeering met menschen verlangde, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bedaren, from Old Dutch *bidarēn, from Proto-West Germanic *bidaʀēn, from *bi- + *daʀēn.

    Verbs referencing "bedaren"

    Swedish bedarra.

    Additional Information