basen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of basen

The word "basen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: basen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: basend
Past participle - Verleden deelwoord: gebaast

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbaas
jijbaast
hijbaast
wijbasen
julliebasen
zijbasen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebaast
jijhebt gebaast
hijheeft gebaast
wijhebben gebaast
julliehebben gebaast
zijhebben gebaast

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbaaste
jijbaaste
hijbaaste
wijbaasten
julliebaasten
zijbaasten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebaast
jijhad gebaast
hijhad gebaast
wijhadden gebaast
julliehadden gebaast
zijhadden gebaast

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal basen
jijzult basen
hijzal basen
wijzullen basen
julliezullen basen
zijzullen basen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebaast hebben
jijzult gebaast hebben
hijzal gebaast hebben
wijzullen gebaast hebben
julliezullen gebaast hebben
zijzullen gebaast hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou basen
jijzou basen
hijzou basen
wijzouden basen
julliezouden basen
zijzouden basen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebaast hebben
jijzou gebaast hebben
hijzou gebaast hebben
wijzouden gebaast hebben
julliezouden gebaast hebben
zijzouden gebaast hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbaas

Verbs similar to 'basen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From English freebase. See: English 'freebase'.

Additional Information