bad gaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bad gaan

The word "bad gaan" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bad gaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bad gaand
Past participle - Verleden deelwoord: gebad gaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbad ga
jijbad gaat
hijbad gaat
wijbad gaan
julliebad gaan
zijbad gaan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebad gaan
jijhebt gebad gaan
hijheeft gebad gaan
wijhebben gebad gaan
julliehebben gebad gaan
zijhebben gebad gaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbad ging
jijbad ging
hijbad ging
wijbad gingen
julliebad gingen
zijbad gingen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebad gaan
jijhad gebad gaan
hijhad gebad gaan
wijhadden gebad gaan
julliehadden gebad gaan
zijhadden gebad gaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bad gaan
jijzult bad gaan
hijzal bad gaan
wijzullen bad gaan
julliezullen bad gaan
zijzullen bad gaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebad gaan hebben
jijzult gebad gaan hebben
hijzal gebad gaan hebben
wijzullen gebad gaan hebben
julliezullen gebad gaan hebben
zijzullen gebad gaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bad gaan
jijzou bad gaan
hijzou bad gaan
wijzouden bad gaan
julliezouden bad gaan
zijzouden bad gaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebad gaan hebben
jijzou gebad gaan hebben
hijzou gebad gaan hebben
wijzouden gebad gaan hebben
julliezouden gebad gaan hebben
zijzouden gebad gaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbad ga

Verbs conjugated like 'bad gaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'bad gaan'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik ga altijd bad op wiet. (I always have a bad experience with weed.)

Etymology

From the informal copulative sense of gaan ("to feel some way about something"); bad is not used in Dutch (even in slang) besides this phrase and some borrowed phrases, like bad bitch. But note that this specific phrase is not a borrowing (although bad, which here functions as an adverb, is borrowed from English bad) nor indeed a calque, as English go bad does not share the same semantics. See: English 'bad'.

Additional Information