archaïseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of archaïseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: archaïseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: archaïserend
Past participle - Verleden deelwoord: gearchaïseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikarchaïseer
jijarchaïseert
hijarchaïseert
wijarchaïseren
julliearchaïseren
zijarchaïseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gearchaïseerd
jijhebt gearchaïseerd
hijheeft gearchaïseerd
wijhebben gearchaïseerd
julliehebben gearchaïseerd
zijhebben gearchaïseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikarchaïseerde
jijarchaïseerde
hijarchaïseerde
wijarchaïseerden
julliearchaïseerden
zijarchaïseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gearchaïseerd
jijhad gearchaïseerd
hijhad gearchaïseerd
wijhadden gearchaïseerd
julliehadden gearchaïseerd
zijhadden gearchaïseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal archaïseren
jijzult archaïseren
hijzal archaïseren
wijzullen archaïseren
julliezullen archaïseren
zijzullen archaïseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gearchaïseerd hebben
jijzult gearchaïseerd hebben
hijzal gearchaïseerd hebben
wijzullen gearchaïseerd hebben
julliezullen gearchaïseerd hebben
zijzullen gearchaïseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou archaïseren
jijzou archaïseren
hijzou archaïseren
wijzouden archaïseren
julliezouden archaïseren
zijzouden archaïseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gearchaïseerd hebben
jijzou gearchaïseerd hebben
hijzou gearchaïseerd hebben
wijzouden gearchaïseerd hebben
julliezouden gearchaïseerd hebben
zijzouden gearchaïseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijarchaïseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information