aangroeien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aangroeien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aangroeien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aangroeiend
Past participle - Verleden deelwoord: aangegroeid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgroei aan
jijgroeit aan
hijgroeit aan
wijgroeien aan
julliegroeien aan
zijgroeien aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangegroeid
jijhebt aangegroeid
hijheeft aangegroeid
wijhebben aangegroeid
julliehebben aangegroeid
zijhebben aangegroeid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgroeide aan
jijgroeide aan
hijgroeide aan
wijgroeiden aan
julliegroeiden aan
zijgroeiden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangegroeid
jijhad aangegroeid
hijhad aangegroeid
wijhadden aangegroeid
julliehadden aangegroeid
zijhadden aangegroeid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aangroeien
jijzult aangroeien
hijzal aangroeien
wijzullen aangroeien
julliezullen aangroeien
zijzullen aangroeien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangegroeid hebben
jijzult aangegroeid hebben
hijzal aangegroeid hebben
wijzullen aangegroeid hebben
julliezullen aangegroeid hebben
zijzullen aangegroeid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aangroeien
jijzou aangroeien
hijzou aangroeien
wijzouden aangroeien
julliezouden aangroeien
zijzouden aangroeien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangegroeid hebben
jijzou aangegroeid hebben
hijzou aangegroeid hebben
wijzouden aangegroeid hebben
julliezouden aangegroeid hebben
zijzouden aangegroeid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgroei aan

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

aanzwellen
toenemen, uitgroeien
meerderen
groeien, stijgen
ophopen
vermeerderen

Antonyms

meerderen
minderen, terugnemen

Sample Sentences

  • [...] gewoon was met zoodanige vijanden, als zij in den oorlog krijgsgevangen maakten. Maar ik deed den armen eerlijken jongen groot ongelijk, hetgeen mij naderhand genoeg speet; daar echter mijn argwaan aangroeide, en eenige weken stand hield, was ik wat omzigtiger en niet zoo gemeenzaam en vriendelijk jegens hem, waaraan ik gewis groot onregt deed; want de eerlijke brave knaap, had geene andere dan de beste [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From aan + groeien.

Additional Information