verweren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verweren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verweren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwerend
Past participle - Verleden deelwoord: verweerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverweer
jijverweert
hijverweert
wijverweren
jullieverweren
zijverweren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verweerd
jijhebt verweerd
hijheeft verweerd
wijhebben verweerd
julliehebben verweerd
zijhebben verweerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverweerde
jijverweerde
hijverweerde
wijverweerden
jullieverweerden
zijverweerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verweerd
jijhad verweerd
hijhad verweerd
wijhadden verweerd
julliehadden verweerd
zijhadden verweerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verweren
jijzult verweren
hijzal verweren
wijzullen verweren
julliezullen verweren
zijzullen verweren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verweerd hebben
jijzult verweerd hebben
hijzal verweerd hebben
wijzullen verweerd hebben
julliezullen verweerd hebben
zijzullen verweerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verweren
jijzou verweren
hijzou verweren
wijzouden verweren
julliezouden verweren
zijzouden verweren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verweerd hebben
jijzou verweerd hebben
hijzou verweerd hebben
wijzouden verweerd hebben
julliezouden verweerd hebben
zijzouden verweerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverweer

Translations

  • erode, To wear away by abrasion, corrosion or chemical reaction
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    pulveren
    vergaan, vergruizen, verpulveren

    Sample Sentences

    Etymology

    From ver- + weren.

    Verbs referencing "verweren"

    English wither.

    Additional Information