triomferen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of triomferen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: triomferen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: triomferend
Past participle - Verleden deelwoord: getriomfeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktriomfeer
jijtriomfeert
hijtriomfeert
wijtriomferen
jullietriomferen
zijtriomferen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getriomfeerd
jijhebt getriomfeerd
hijheeft getriomfeerd
wijhebben getriomfeerd
julliehebben getriomfeerd
zijhebben getriomfeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktriomfeerde
jijtriomfeerde
hijtriomfeerde
wijtriomfeerden
jullietriomfeerden
zijtriomfeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getriomfeerd
jijhad getriomfeerd
hijhad getriomfeerd
wijhadden getriomfeerd
julliehadden getriomfeerd
zijhadden getriomfeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal triomferen
jijzult triomferen
hijzal triomferen
wijzullen triomferen
julliezullen triomferen
zijzullen triomferen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getriomfeerd hebben
jijzult getriomfeerd hebben
hijzal getriomfeerd hebben
wijzullen getriomfeerd hebben
julliezullen getriomfeerd hebben
zijzullen getriomfeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou triomferen
jijzou triomferen
hijzou triomferen
wijzouden triomferen
julliezouden triomferen
zijzouden triomferen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getriomfeerd hebben
jijzou getriomfeerd hebben
hijzou getriomfeerd hebben
wijzouden getriomfeerd hebben
julliezouden getriomfeerd hebben
zijzouden getriomfeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtriomfeer

Translations

  • triumph, to prevail over rivals
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    overwinnen
    zegepralen, zegevieren

    Sample Sentences

    • de triomferende kerk: the Church Triumphant

    Etymology

    From French triompher (to triumph). See: French 'triompher'.

    Additional Information