Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: schrikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schrikkend
Past participle - Verleden deelwoord: geschrokken
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | schrik |
| jij | schrikt |
| hij | schrikt |
| wij | schrikken |
| jullie | schrikken |
| zij | schrikken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben geschrokken |
| jij | bent geschrokken |
| hij | is geschrokken |
| wij | zijn geschrokken |
| jullie | zijn geschrokken |
| zij | zijn geschrokken |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | schrok |
| jij | schrok |
| hij | schrok |
| wij | schrokken |
| jullie | schrokken |
| zij | schrokken |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was geschrokken |
| jij | was geschrokken |
| hij | was geschrokken |
| wij | waren geschrokken |
| jullie | waren geschrokken |
| zij | waren geschrokken |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal schrikken |
| jij | zult schrikken |
| hij | zal schrikken |
| wij | zullen schrikken |
| jullie | zullen schrikken |
| zij | zullen schrikken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geschrokken zijn |
| jij | zult geschrokken zijn |
| hij | zal geschrokken zijn |
| wij | zullen geschrokken zijn |
| jullie | zullen geschrokken zijn |
| zij | zullen geschrokken zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou schrikken |
| jij | zou schrikken |
| hij | zou schrikken |
| wij | zouden schrikken |
| jullie | zouden schrikken |
| zij | zouden schrikken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geschrokken zijn |
| jij | zou geschrokken zijn |
| hij | zou geschrokken zijn |
| wij | zouden geschrokken zijn |
| jullie | zouden geschrokken zijn |
| zij | zouden geschrokken zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'schrikken'
afschrikken,
beginnen,
beklimmen,
glimmen,
klimmen,
ontginnen,
schrikken,
spinnen,
verzinnen,
winnen,
zinnen,
Verbs similar to 'schrikken'
schikken,
schrokken,
afschrikken,
schrijden,
schrijven,
strikken,
afprikken,
beschikken,
hikken,
krikken,
Translations
startle, to move or be excited on feeling alarm
harrow, traumatise, frighten
Sample Sentences
-
[...] muur voltooid had, was bijkans al mijn arbeid vruchteloos geweest, en ik zelf verongelukt. Dit was het geval. Toen ik van binnen bezig was achter mijne tent, vlak in den ingang van mijn kelder, schrikte ik allerhevigst door iets, dat waarlijk ook allerverbazendst was. De aarde kwam van den zolder, van mijn kelder en van de zijde van den heuvel over mijn hoofd rollen, en twee van de stijlen, die ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] kwam van den zolder, van mijn kelder en van de zijde van den heuvel over mijn hoofd rollen, en twee van de stijlen, die ik in den kelder overeinde had gezet, kraakten allerhevigst. Ik was ernstig geschrikt, maar dacht volstrekt niet aan de ware oorzaak; alleenlijk begreep ik, dat de zolder van mijn kelder instortte, gelijk vroeger nog eens gebeurd was. Uit vrees dus van daaronder bedolven te worden, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] kon verwekken dan mijn eigen persoon. Hierna raapte ik al mijn moed bijeen, nam een vlammend hout in de hand, en stoof daarmede gewapend, de grot in. Ik had nog geen drie stappen gedaan, of ik schrikte weder even hevig als vroeger, want ik hoorde een luid steenen, als van iemand, die zware pijn lijdt, dan weder een dof geluid, als of men binnen ' s monds sprak, gevolgd door een diepen zucht. Ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] bijhield, woei het den geheelen dag een fellen storm met donder en bliksem, en de nacht was even ruw. Ik zat in den Bijbel te lezen, en ernstig over mijn toestand na te denken, toen ik eensklaps schrikte van een kanonschot, dat, naar ik meende, in zee gelost werd. Dit was een geheel andere verrassing dan de vroegere, en bragt mij geheel andere denkbeelden in het hoofd. In een oogenblik stond mijne [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] nam de vlugt, en liep met onbegrijpelijke snelheid langs het strand, regt op mij aan, dat is te zeggen, naar dat gedeelte van de kust, waar mijne woning stond. Ik moet bekennen, dat ik vreesselijk schrikte, toen hij mijn kant uit kwam, en vooral toen ik verwachtte, dat allen hem zouden volgen. Nu verwachtte ik, dat mijn droom zou uitkomen en hij in mijne schans eene schuilplaats zou zoeken, maar ik [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch schricken, from Old Dutch *skrikken, from Proto-Germanic *skrikjaną; the ultimate origin is uncertain, possibly related to *skeraną (“to shear”) or *skrīaną (“to scream”). Also compare Old Norse skaga (“to jut out”).
Verbs referencing "schrikken"
German, old spelling
schrecken, Danish
skrække.
Additional Information