schrikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schrikken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schrikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schrikkend
Past participle - Verleden deelwoord: geschrokken

Cognates

See the 2 cognates of schrikken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschrik
jijschrikt
hijschrikt
wijschrikken
jullieschrikken
zijschrikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben geschrokken
jijbent geschrokken
hijis geschrokken
wijzijn geschrokken
julliezijn geschrokken
zijzijn geschrokken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschrok
jijschrok
hijschrok
wijschrokken
jullieschrokken
zijschrokken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas geschrokken
jijwas geschrokken
hijwas geschrokken
wijwaren geschrokken
julliewaren geschrokken
zijwaren geschrokken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schrikken
jijzult schrikken
hijzal schrikken
wijzullen schrikken
julliezullen schrikken
zijzullen schrikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschrokken zijn
jijzult geschrokken zijn
hijzal geschrokken zijn
wijzullen geschrokken zijn
julliezullen geschrokken zijn
zijzullen geschrokken zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schrikken
jijzou schrikken
hijzou schrikken
wijzouden schrikken
julliezouden schrikken
zijzouden schrikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschrokken zijn
jijzou geschrokken zijn
hijzou geschrokken zijn
wijzouden geschrokken zijn
julliezouden geschrokken zijn
zijzouden geschrokken zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijschrik

Translations

  • startle, to move or be excited on feeling alarm
  • harrow, traumatise, frighten
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ontstellen
    opschrikken
    terugdeinzen
    terugschrikken

    Sample Sentences

    • [...] muur voltooid had, was bijkans al mijn arbeid vruchteloos geweest, en ik zelf verongelukt. Dit was het geval. Toen ik van binnen bezig was achter mijne tent, vlak in den ingang van mijn kelder, schrikte ik allerhevigst door iets, dat waarlijk ook allerverbazendst was. De aarde kwam van den zolder, van mijn kelder en van de zijde van den heuvel over mijn hoofd rollen, en twee van de stijlen, die ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] kwam van den zolder, van mijn kelder en van de zijde van den heuvel over mijn hoofd rollen, en twee van de stijlen, die ik in den kelder overeinde had gezet, kraakten allerhevigst. Ik was ernstig geschrikt, maar dacht volstrekt niet aan de ware oorzaak; alleenlijk begreep ik, dat de zolder van mijn kelder instortte, gelijk vroeger nog eens gebeurd was. Uit vrees dus van daaronder bedolven te worden, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] kon verwekken dan mijn eigen persoon. Hierna raapte ik al mijn moed bijeen, nam een vlammend hout in de hand, en stoof daarmede gewapend, de grot in. Ik had nog geen drie stappen gedaan, of ik schrikte weder even hevig als vroeger, want ik hoorde een luid steenen, als van iemand, die zware pijn lijdt, dan weder een dof geluid, als of men binnen ' s monds sprak, gevolgd door een diepen zucht. Ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] bijhield, woei het den geheelen dag een fellen storm met donder en bliksem, en de nacht was even ruw. Ik zat in den Bijbel te lezen, en ernstig over mijn toestand na te denken, toen ik eensklaps schrikte van een kanonschot, dat, naar ik meende, in zee gelost werd. Dit was een geheel andere verrassing dan de vroegere, en bragt mij geheel andere denkbeelden in het hoofd. In een oogenblik stond mijne [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] nam de vlugt, en liep met onbegrijpelijke snelheid langs het strand, regt op mij aan, dat is te zeggen, naar dat gedeelte van de kust, waar mijne woning stond. Ik moet bekennen, dat ik vreesselijk schrikte, toen hij mijn kant uit kwam, en vooral toen ik verwachtte, dat allen hem zouden volgen. Nu verwachtte ik, dat mijn droom zou uitkomen en hij in mijne schans eene schuilplaats zou zoeken, maar ik [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch schricken, from Old Dutch *skrikken, from Proto-Germanic *skrikjaną; the ultimate origin is uncertain, possibly related to *skeraną (“to shear”) or *skrīaną (“to scream”). Also compare Old Norse skaga (“to jut out”).

    Verbs referencing "schrikken"

    German, old spelling schrecken, Danish skrække.

    Additional Information