samenkomen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of samenkomen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: samenkomen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: samenkomend
Past participle - Verleden deelwoord: samengekomen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkom samen
jijkomt samen
hijkomt samen
wijkomen samen
julliekomen samen
zijkomen samen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben samengekomen
jijbent samengekomen
hijis samengekomen
wijzijn samengekomen
julliezijn samengekomen
zijzijn samengekomen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkwam samen
jijkwam samen
hijkwam samen
wijkwamen samen
julliekwamen samen
zijkwamen samen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas samengekomen
jijwas samengekomen
hijwas samengekomen
wijwaren samengekomen
julliewaren samengekomen
zijwaren samengekomen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal samenkomen
jijzult samenkomen
hijzal samenkomen
wijzullen samenkomen
julliezullen samenkomen
zijzullen samenkomen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal samengekomen zijn
jijzult samengekomen zijn
hijzal samengekomen zijn
wijzullen samengekomen zijn
julliezullen samengekomen zijn
zijzullen samengekomen zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou samenkomen
jijzou samenkomen
hijzou samenkomen
wijzouden samenkomen
julliezouden samenkomen
zijzouden samenkomen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou samengekomen zijn
jijzou samengekomen zijn
hijzou samengekomen zijn
wijzouden samengekomen zijn
julliezouden samengekomen zijn
zijzouden samengekomen zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijkom samen

Translations

  • join, to come together; to meet
  • assemble, to gather as a group
  • merge, (intransitive) to combine into a whole
  • converge, to approach each other
  • convene, to come together, to meet, to unite
  • convene, to come together as in one body or for a public purpose
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ontmoeten
    tegenkomen, treffen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch samencōmen. Equivalent to samen + komen.

    Additional Information