hospitaliseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hospitaliseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hospitaliseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hospitaliserend
Past participle - Verleden deelwoord: gehospitaliseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhospitaliseer
jijhospitaliseert
hijhospitaliseert
wijhospitaliseren
julliehospitaliseren
zijhospitaliseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehospitaliseerd
jijhebt gehospitaliseerd
hijheeft gehospitaliseerd
wijhebben gehospitaliseerd
julliehebben gehospitaliseerd
zijhebben gehospitaliseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhospitaliseerde
jijhospitaliseerde
hijhospitaliseerde
wijhospitaliseerden
julliehospitaliseerden
zijhospitaliseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehospitaliseerd
jijhad gehospitaliseerd
hijhad gehospitaliseerd
wijhadden gehospitaliseerd
julliehadden gehospitaliseerd
zijhadden gehospitaliseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hospitaliseren
jijzult hospitaliseren
hijzal hospitaliseren
wijzullen hospitaliseren
julliezullen hospitaliseren
zijzullen hospitaliseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehospitaliseerd hebben
jijzult gehospitaliseerd hebben
hijzal gehospitaliseerd hebben
wijzullen gehospitaliseerd hebben
julliezullen gehospitaliseerd hebben
zijzullen gehospitaliseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hospitaliseren
jijzou hospitaliseren
hijzou hospitaliseren
wijzouden hospitaliseren
julliezouden hospitaliseren
zijzouden hospitaliseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehospitaliseerd hebben
jijzou gehospitaliseerd hebben
hijzou gehospitaliseerd hebben
wijzouden gehospitaliseerd hebben
julliezouden gehospitaliseerd hebben
zijzouden gehospitaliseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhospitaliseer

Translations

  • hospitalize, to send to a hospital
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French hospitaliser. See: French 'hospitaliser'.

    Verbs referencing "hospitaliseren"

    Ukrainian госпіталізувати, Ukrainian шпиталізувати.

    Additional Information