bevoordelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bevoordelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bevoordelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevoordelend
Past participle - Verleden deelwoord: bevoordeeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbevoordeel
jijbevoordeelt
hijbevoordeelt
wijbevoordelen
julliebevoordelen
zijbevoordelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bevoordeeld
jijhebt bevoordeeld
hijheeft bevoordeeld
wijhebben bevoordeeld
julliehebben bevoordeeld
zijhebben bevoordeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbevoordeelde
jijbevoordeelde
hijbevoordeelde
wijbevoordeelden
julliebevoordeelden
zijbevoordeelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bevoordeeld
jijhad bevoordeeld
hijhad bevoordeeld
wijhadden bevoordeeld
julliehadden bevoordeeld
zijhadden bevoordeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bevoordelen
jijzult bevoordelen
hijzal bevoordelen
wijzullen bevoordelen
julliezullen bevoordelen
zijzullen bevoordelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bevoordeeld hebben
jijzult bevoordeeld hebben
hijzal bevoordeeld hebben
wijzullen bevoordeeld hebben
julliezullen bevoordeeld hebben
zijzullen bevoordeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bevoordelen
jijzou bevoordelen
hijzou bevoordelen
wijzouden bevoordelen
julliezouden bevoordelen
zijzouden bevoordelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bevoordeeld hebben
jijzou bevoordeeld hebben
hijzou bevoordeeld hebben
wijzouden bevoordeeld hebben
julliezouden bevoordeeld hebben
zijzouden bevoordeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbevoordeel

Translations

  • advantage, to provide with an edge
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    begunstigen
    bevoorrechten, matsen, voortrekken

    Sample Sentences

    Etymology

    From voordeel + be- -en.

    Additional Information