Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: antwoorden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: antwoordend
Past participle - Verleden deelwoord: geantwoord
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | antwoord |
| jij | antwoordt |
| hij | antwoordt |
| wij | antwoorden |
| jullie | antwoorden |
| zij | antwoorden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geantwoord |
| jij | hebt geantwoord |
| hij | heeft geantwoord |
| wij | hebben geantwoord |
| jullie | hebben geantwoord |
| zij | hebben geantwoord |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | antwoordde |
| jij | antwoordde |
| hij | antwoordde |
| wij | antwoordden |
| jullie | antwoordden |
| zij | antwoordden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geantwoord |
| jij | had geantwoord |
| hij | had geantwoord |
| wij | hadden geantwoord |
| jullie | hadden geantwoord |
| zij | hadden geantwoord |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal antwoorden |
| jij | zult antwoorden |
| hij | zal antwoorden |
| wij | zullen antwoorden |
| jullie | zullen antwoorden |
| zij | zullen antwoorden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geantwoord hebben |
| jij | zult geantwoord hebben |
| hij | zal geantwoord hebben |
| wij | zullen geantwoord hebben |
| jullie | zullen geantwoord hebben |
| zij | zullen geantwoord hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou antwoorden |
| jij | zou antwoorden |
| hij | zou antwoorden |
| wij | zouden antwoorden |
| jullie | zouden antwoorden |
| zij | zouden antwoorden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geantwoord hebben |
| jij | zou geantwoord hebben |
| hij | zou geantwoord hebben |
| wij | zouden geantwoord hebben |
| jullie | zouden geantwoord hebben |
| zij | zouden geantwoord hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'antwoorden'
aanaarden,
aanbanden,
aanbelanden,
aanbloeden,
aanboorden,
aanbranden,
aanduiden,
aanlanden,
aanleiden,
aanmelden,
aanranden,
aanspelden,
aanspoeden,
aanvaarden,
aanwenden,
aanzanden,
afbeelden,
afgronden,
afleiden,
afmelden, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'antwoorden'
beantwoorden,
aanboorden,
onthoofden,
ontwaarden,
verantwoorden,
afgorden,
ontaarden,
ontdooien,
onthouden,
ontroeren,
Translations
answer, to make a reply or response to
reply, to give a written or spoken response
Sample Sentences
-
— Ik antwoordde hem weinig, en spoedig daarna scheidden wij; ik weet niet waar hij heengegaan is. Ik, die een weinig geld in den zak had, ging over land naar Londen, en zoowel onder weg als toen ik daar was, had ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] vinden. Xury zeide dat, als ik hem met een der kruiken naar den wal liet gaan, hij wel water vinden en mij brengen zou. Ik vroeg hem waarom hij gaan en niet liever in de boot blijven wilde. Hij antwoordde mij met eene genegenheid, die mij hem voor altijd deed liefhebben: " Als de wildemans komen, zij mij eten en gij heengaan. "
(Robinson Crusoe)
-
Men vroeg mij in het Portugeesch, in het Spaansch en in het Fransch wie ik was; van al hetwelk ik niets verstond; maar eindelijk sprak een Schotsche zeeman, die aan boord was, mij aan, en ik antwoordde hem, zeggende, dat ik een Engelschman was, die de slavernij der Mooren van Salé ontvlugt was. Daarop verzocht men mij aan boord te komen, en nam mij en al mijne goederen zeer goedhartig op.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ? of hier verdronken, toen al het scheepsvolk, buiten u, verging ? Vraagt gij nog, wat gij gedaan hebt ? " Deze overwegingen verbijsterden mij geheel en al, en ik kon mij zelven geen woord antwoorden, maar ging treurig en peinzende naar huis, en over den muur, met oogmerk te bed te gaan; maar mijn hoofd was vol, ik had geen lust tot slapen; dus ging ik op mijn stoel zitten en stak mijne lamp op, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] weder naar zijn land verlangde, en daar hij nu genoeg Engelsch kende om mij eenige vragen te beantwoorden, vroeg ik hem of zijn volk nimmer in een gevecht overwinnaar was, waarop hij glimlagchend antwoordde: " Ja wel, wij vechten altijd het best; " hij bedoelde beter dan hunne vijanden. Hierop hielden wij het volgende gesprek:
(Robinson Crusoe)
-
[...] bij deze vraag geheel verplet; schoon een oud man, was ik nog een jongeling in de godgeleerdheid, en weinig in staat om leerstellige vragen en zwarigheden op te lossen. Eerst wist ik niet wat te antwoorden, dus hield ik mij alsof ik hem niet verstaan had, en vroeg wat hij zeide. Maar hij verlangde te veel naar een antwoord, om zijne vraag vergeten te hebben, dus herhaalde hij die in dezelfde woorden [...]
(Robinson Crusoe)
-
Nadat Vrijdag en ik bevriend waren geworden, en hij schier alles verstaan kon wat ik tot hem zeide, en mij vloeijend, ofschoon in gebroken Engelsch, antwoorden, verhaalde ik hem mijne eigene geschiedenis; althans wat mijne komst alhier aangaat, hoe ik hier huis gehouden had en hoe lang. Ik leerde hem het geheim (want dit was het voor hem ) van kruid en [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] met baarden uit de boot. Daarop vroeg ik hem of hij naar hen terug wilde keeren. Glimlagchend zeide hij, dat hij zoo ver niet zwemmen kon. Ik zeide, dat ik eene kanoe voor hem wilde maken. Hij antwoordde wel te willen gaan als ik mede ging. " Ik ! " zeide ik; " wel zij zouden mij opeten als ik daar kwam."—"Neen, neen, " zeide hij, " ik zal maken dat zij u niet eten, maken, dat zij u veel liefhebben. [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] met hem naar het vaste land over te steken, had thans zoo diep wortel bij mij geschoten, dat ik hem zeide, dat wij er eene zouden maken, die even groot was, en dat hij daarmede vertrekken kon. Hij antwoordde niet, maar zag er zeer bedrukt uit. Ik vroeg wat hem deerde. Hij antwoordde met de vraag waarom ik boos op Vrijdag was ? Wat hij mij gedaan had ? Ik vroeg wat hij hiermede bedoelde, en zeide, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat ik hem zeide, dat wij er eene zouden maken, die even groot was, en dat hij daarmede vertrekken kon. Hij antwoordde niet, maar zag er zeer bedrukt uit. Ik vroeg wat hem deerde. Hij antwoordde met de vraag waarom ik boos op Vrijdag was ? Wat hij mij gedaan had ? Ik vroeg wat hij hiermede bedoelde, en zeide, dat ik in het geheel niet boos op hem was. " Niet boos ! niet boos ! " herhaalde [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch antworden, from Old Dutch antworden, from Proto-Germanic *andawurdijaną. See: Middle Dutch '
antworden', Proto-Germanic '
*andawurdijaną'.
Verbs referencing "antwoorden"
Cimbrian aanbórtan.
Additional Information