zwirrelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zwirrelen

The word "zwirrelen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zwirrelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zwirrelend
Past participle - Verleden deelwoord: gezwirreeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzwirreel
jijzwirreelt
hijzwirreelt
wijzwirrelen
julliezwirrelen
zijzwirrelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezwirreeld
jijhebt gezwirreeld
hijheeft gezwirreeld
wijhebben gezwirreeld
julliehebben gezwirreeld
zijhebben gezwirreeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzwirreelde
jijzwirreelde
hijzwirreelde
wijzwirreelden
julliezwirreelden
zijzwirreelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezwirreeld
jijhad gezwirreeld
hijhad gezwirreeld
wijhadden gezwirreeld
julliehadden gezwirreeld
zijhadden gezwirreeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zwirrelen
jijzult zwirrelen
hijzal zwirrelen
wijzullen zwirrelen
julliezullen zwirrelen
zijzullen zwirrelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezwirreeld hebben
jijzult gezwirreeld hebben
hijzal gezwirreeld hebben
wijzullen gezwirreeld hebben
julliezullen gezwirreeld hebben
zijzullen gezwirreeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zwirrelen
jijzou zwirrelen
hijzou zwirrelen
wijzouden zwirrelen
julliezouden zwirrelen
zijzouden zwirrelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezwirreeld hebben
jijzou gezwirreeld hebben
hijzou gezwirreeld hebben
wijzouden gezwirreeld hebben
julliezouden gezwirreeld hebben
zijzouden gezwirreeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzwirreel

Verbs similar to 'zwirrelen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "zwirrelen"

English swirl.

Additional Information