wisperen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wisperen

The word "wisperen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wisperen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wisperend
Past participle - Verleden deelwoord: gewispeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwispeer
jijwispeert
hijwispeert
wijwisperen
julliewisperen
zijwisperen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewispeerd
jijhebt gewispeerd
hijheeft gewispeerd
wijhebben gewispeerd
julliehebben gewispeerd
zijhebben gewispeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwispeerde
jijwispeerde
hijwispeerde
wijwispeerden
julliewispeerden
zijwispeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewispeerd
jijhad gewispeerd
hijhad gewispeerd
wijhadden gewispeerd
julliehadden gewispeerd
zijhadden gewispeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wisperen
jijzult wisperen
hijzal wisperen
wijzullen wisperen
julliezullen wisperen
zijzullen wisperen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewispeerd hebben
jijzult gewispeerd hebben
hijzal gewispeerd hebben
wijzullen gewispeerd hebben
julliezullen gewispeerd hebben
zijzullen gewispeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wisperen
jijzou wisperen
hijzou wisperen
wijzouden wisperen
julliezouden wisperen
zijzouden wisperen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewispeerd hebben
jijzou gewispeerd hebben
hijzou gewispeerd hebben
wijzouden gewispeerd hebben
julliezouden gewispeerd hebben
zijzouden gewispeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwispeer

Verbs similar to 'wisperen'

Translations

  • whisper, talk in a quiet voice
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch wisperen, from Old Dutch *wisperon, from Proto-West Germanic *hwisprōn, from Proto-Germanic *hwisprōną. See: Old Dutch '*wisperon', Proto-Germanic '*hwisprōną'.

    Verbs referencing "wisperen"

    English whisper.

    Additional Information