waxen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of waxen

The word "waxen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: waxen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: waxend
Past participle - Verleden deelwoord: gewaaxd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwaax
jijwaaxt
hijwaaxt
wijwaxen
julliewaxen
zijwaxen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewaaxd
jijhebt gewaaxd
hijheeft gewaaxd
wijhebben gewaaxd
julliehebben gewaaxd
zijhebben gewaaxd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwaaxde
jijwaaxde
hijwaaxde
wijwaaxden
julliewaaxden
zijwaaxden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewaaxd
jijhad gewaaxd
hijhad gewaaxd
wijhadden gewaaxd
julliehadden gewaaxd
zijhadden gewaaxd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal waxen
jijzult waxen
hijzal waxen
wijzullen waxen
julliezullen waxen
zijzullen waxen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewaaxd hebben
jijzult gewaaxd hebben
hijzal gewaaxd hebben
wijzullen gewaaxd hebben
julliezullen gewaaxd hebben
zijzullen gewaaxd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou waxen
jijzou waxen
hijzou waxen
wijzouden waxen
julliezouden waxen
zijzouden waxen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewaaxd hebben
jijzou gewaaxd hebben
hijzou gewaaxd hebben
wijzouden gewaaxd hebben
julliezouden gewaaxd hebben
zijzouden gewaaxd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwaax

Verbs similar to 'waxen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English wax. See: English 'wax'.

Additional Information