vastschroeven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vastschroeven

The word "vastschroeven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vastschroeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vastschroevend
Past participle - Verleden deelwoord: vastgeschroefd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschroef vast
jijschroeft vast
hijschroeft vast
wijschroeven vast
jullieschroeven vast
zijschroeven vast

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vastgeschroefd
jijhebt vastgeschroefd
hijheeft vastgeschroefd
wijhebben vastgeschroefd
julliehebben vastgeschroefd
zijhebben vastgeschroefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschroefde vast
jijschroefde vast
hijschroefde vast
wijschroefden vast
jullieschroefden vast
zijschroefden vast

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vastgeschroefd
jijhad vastgeschroefd
hijhad vastgeschroefd
wijhadden vastgeschroefd
julliehadden vastgeschroefd
zijhadden vastgeschroefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vastschroeven
jijzult vastschroeven
hijzal vastschroeven
wijzullen vastschroeven
julliezullen vastschroeven
zijzullen vastschroeven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vastgeschroefd hebben
jijzult vastgeschroefd hebben
hijzal vastgeschroefd hebben
wijzullen vastgeschroefd hebben
julliezullen vastgeschroefd hebben
zijzullen vastgeschroefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vastschroeven
jijzou vastschroeven
hijzou vastschroeven
wijzouden vastschroeven
julliezouden vastschroeven
zijzouden vastschroeven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vastgeschroefd hebben
jijzou vastgeschroefd hebben
hijzou vastgeschroefd hebben
wijzouden vastgeschroefd hebben
julliezouden vastgeschroefd hebben
zijzouden vastgeschroefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschroef vast

Verbs conjugated like 'vastschroeven'

aanrijven, aanschroeven, aanwuiven, afproeven, afrijven, afschroeven, aftroeven, afverven, bedroeven, behoeven, believen, dalven, derven, dieven, erven, fuiven, garven, gerieven, golven, hoeven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'vastschroeven'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information