vanden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vanden

The word "vanden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vanden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vandend
Past participle - Verleden deelwoord: gevand

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvand
jijvandt
hijvandt
wijvanden
jullievanden
zijvanden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevand
jijhebt gevand
hijheeft gevand
wijhebben gevand
julliehebben gevand
zijhebben gevand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvandde
jijvandde
hijvandde
wijvandden
jullievandden
zijvandden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevand
jijhad gevand
hijhad gevand
wijhadden gevand
julliehadden gevand
zijhadden gevand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vanden
jijzult vanden
hijzal vanden
wijzullen vanden
julliezullen vanden
zijzullen vanden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevand hebben
jijzult gevand hebben
hijzal gevand hebben
wijzullen gevand hebben
julliezullen gevand hebben
zijzullen gevand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vanden
jijzou vanden
hijzou vanden
wijzouden vanden
julliezouden vanden
zijzouden vanden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevand hebben
jijzou gevand hebben
hijzou gevand hebben
wijzouden gevand hebben
julliezouden gevand hebben
zijzouden gevand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvand

Verbs similar to 'vanden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

1. From Middle Dutch vanden, from Old Dutch *fandon, from Proto-Germanic *fandōną (“to seek, to search for, to examine”), an o-grade iterative derived from *finþaną (“to find”) (modern vinden).
2. Cognate to English fand (“to search; to try; to examine”), German fahnden (“(law enforcement) to search”). See: Old Dutch '*fandon', Proto-Germanic '*fandōną'.

Additional Information