uitspreiden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitspreiden

The word "uitspreiden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitspreiden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitspreidend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgespreid

Cognates

See the 4 cognates of uitspreiden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspreid uit
jijspreidt uit
hijspreidt uit
wijspreiden uit
julliespreiden uit
zijspreiden uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgespreid
jijhebt uitgespreid
hijheeft uitgespreid
wijhebben uitgespreid
julliehebben uitgespreid
zijhebben uitgespreid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspreidde uit
jijspreidde uit
hijspreidde uit
wijspreidden uit
julliespreidden uit
zijspreidden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgespreid
jijhad uitgespreid
hijhad uitgespreid
wijhadden uitgespreid
julliehadden uitgespreid
zijhadden uitgespreid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitspreiden
jijzult uitspreiden
hijzal uitspreiden
wijzullen uitspreiden
julliezullen uitspreiden
zijzullen uitspreiden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgespreid hebben
jijzult uitgespreid hebben
hijzal uitgespreid hebben
wijzullen uitgespreid hebben
julliezullen uitgespreid hebben
zijzullen uitgespreid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitspreiden
jijzou uitspreiden
hijzou uitspreiden
wijzouden uitspreiden
julliezouden uitspreiden
zijzouden uitspreiden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgespreid hebben
jijzou uitgespreid hebben
hijzou uitgespreid hebben
wijzouden uitgespreid hebben
julliezouden uitgespreid hebben
zijzouden uitgespreid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspreid uit

Verbs similar to 'uitspreiden'

Translations

  • spread, to extend, stretch out (limbs etc)
  • unfold, To undo a folding
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Verbs referencing "uitspreiden"

    English outspread.

    Additional Information