uitproberen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitproberen

The word "uitproberen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitproberen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitproberend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgeprobeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikprobeer uit
jijprobeert uit
hijprobeert uit
wijproberen uit
jullieproberen uit
zijproberen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgeprobeerd
jijhebt uitgeprobeerd
hijheeft uitgeprobeerd
wijhebben uitgeprobeerd
julliehebben uitgeprobeerd
zijhebben uitgeprobeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikprobeerde uit
jijprobeerde uit
hijprobeerde uit
wijprobeerden uit
jullieprobeerden uit
zijprobeerden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgeprobeerd
jijhad uitgeprobeerd
hijhad uitgeprobeerd
wijhadden uitgeprobeerd
julliehadden uitgeprobeerd
zijhadden uitgeprobeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitproberen
jijzult uitproberen
hijzal uitproberen
wijzullen uitproberen
julliezullen uitproberen
zijzullen uitproberen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgeprobeerd hebben
jijzult uitgeprobeerd hebben
hijzal uitgeprobeerd hebben
wijzullen uitgeprobeerd hebben
julliezullen uitgeprobeerd hebben
zijzullen uitgeprobeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitproberen
jijzou uitproberen
hijzou uitproberen
wijzouden uitproberen
julliezouden uitproberen
zijzouden uitproberen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgeprobeerd hebben
jijzou uitgeprobeerd hebben
hijzou uitgeprobeerd hebben
wijzouden uitgeprobeerd hebben
julliezouden uitgeprobeerd hebben
zijzouden uitgeprobeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijprobeer uit

Verbs similar to 'uitproberen'

Translations

  • try, to make an experiment
  • try, to put to test
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from German ausprobieren. Equivalent to uit + proberen. See: German, old spelling 'ausprobieren'.

    Additional Information