transpireren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of transpireren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: transpireren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: transpirerend
Past participle - Verleden deelwoord: getranspireerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktranspireer
jijtranspireert
hijtranspireert
wijtranspireren
jullietranspireren
zijtranspireren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getranspireerd
jijhebt getranspireerd
hijheeft getranspireerd
wijhebben getranspireerd
julliehebben getranspireerd
zijhebben getranspireerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktranspireerde
jijtranspireerde
hijtranspireerde
wijtranspireerden
jullietranspireerden
zijtranspireerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getranspireerd
jijhad getranspireerd
hijhad getranspireerd
wijhadden getranspireerd
julliehadden getranspireerd
zijhadden getranspireerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal transpireren
jijzult transpireren
hijzal transpireren
wijzullen transpireren
julliezullen transpireren
zijzullen transpireren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getranspireerd hebben
jijzult getranspireerd hebben
hijzal getranspireerd hebben
wijzullen getranspireerd hebben
julliezullen getranspireerd hebben
zijzullen getranspireerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou transpireren
jijzou transpireren
hijzou transpireren
wijzouden transpireren
julliezouden transpireren
zijzouden transpireren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getranspireerd hebben
jijzou getranspireerd hebben
hijzou getranspireerd hebben
wijzouden getranspireerd hebben
julliezouden getranspireerd hebben
zijzouden getranspireerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtranspireer

Translations

  • sweat, to emit sweat
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information