torsen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of torsen

The word "torsen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: torsen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: torsend
Past participle - Verleden deelwoord: getorst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktors
jijtorst
hijtorst
wijtorsen
jullietorsen
zijtorsen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getorst
jijhebt getorst
hijheeft getorst
wijhebben getorst
julliehebben getorst
zijhebben getorst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktorste
jijtorste
hijtorste
wijtorsten
jullietorsten
zijtorsten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getorst
jijhad getorst
hijhad getorst
wijhadden getorst
julliehadden getorst
zijhadden getorst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal torsen
jijzult torsen
hijzal torsen
wijzullen torsen
julliezullen torsen
zijzullen torsen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getorst hebben
jijzult getorst hebben
hijzal getorst hebben
wijzullen getorst hebben
julliezullen getorst hebben
zijzullen getorst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou torsen
jijzou torsen
hijzou torsen
wijzouden torsen
julliezouden torsen
zijzouden torsen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getorst hebben
jijzou getorst hebben
hijzou getorst hebben
wijzouden getorst hebben
julliezouden getorst hebben
zijzouden getorst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtors

Verbs similar to 'torsen'

Translations

  • tote, carry or bear
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch torsen (“to pack, load”) (compare metathesized trossen, meaning the same), from Old French torser (“to pack, bind together”) (French trousser), from Vulgar Latin *torsare, from *torsus, a variant form of tortus, the past participle of torqueō. See: French 'trousser'.

    Additional Information