tekortschieten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tekortschieten

The word "tekortschieten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tekortschieten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tekortschietend
Past participle - Verleden deelwoord: getekortschiet

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktekortschiet
jijtekortschiet
hijtekortschiet
wijtekortschieten
jullietekortschieten
zijtekortschieten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getekortschiet
jijhebt getekortschiet
hijheeft getekortschiet
wijhebben getekortschiet
julliehebben getekortschiet
zijhebben getekortschiet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktekortschiette
jijtekortschiette
hijtekortschiette
wijtekortschietten
jullietekortschietten
zijtekortschietten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getekortschiet
jijhad getekortschiet
hijhad getekortschiet
wijhadden getekortschiet
julliehadden getekortschiet
zijhadden getekortschiet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tekortschieten
jijzult tekortschieten
hijzal tekortschieten
wijzullen tekortschieten
julliezullen tekortschieten
zijzullen tekortschieten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getekortschiet hebben
jijzult getekortschiet hebben
hijzal getekortschiet hebben
wijzullen getekortschiet hebben
julliezullen getekortschiet hebben
zijzullen getekortschiet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tekortschieten
jijzou tekortschieten
hijzou tekortschieten
wijzouden tekortschieten
julliezouden tekortschieten
zijzouden tekortschieten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getekortschiet hebben
jijzou getekortschiet hebben
hijzou getekortschiet hebben
wijzouden getekortschiet hebben
julliezouden getekortschiet hebben
zijzouden getekortschiet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtekortschiet

Verbs conjugated like 'tekortschieten'

aankorsten, aanristen, aanroesten, aantasten, achten, afkwasten, afmesten, afristen, aftasten, afwachten, begroeten, belasten, bemesten, berichten, berusten, betasten, betwisten, boeten, feesten, fusten, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'tekortschieten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From tekort + schieten.

Additional Information