solliciteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of solliciteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: solliciteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: solliciterend
Past participle - Verleden deelwoord: gesolliciteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksolliciteer
jijsolliciteert
hijsolliciteert
wijsolliciteren
julliesolliciteren
zijsolliciteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesolliciteerd
jijhebt gesolliciteerd
hijheeft gesolliciteerd
wijhebben gesolliciteerd
julliehebben gesolliciteerd
zijhebben gesolliciteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksolliciteerde
jijsolliciteerde
hijsolliciteerde
wijsolliciteerden
julliesolliciteerden
zijsolliciteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesolliciteerd
jijhad gesolliciteerd
hijhad gesolliciteerd
wijhadden gesolliciteerd
julliehadden gesolliciteerd
zijhadden gesolliciteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal solliciteren
jijzult solliciteren
hijzal solliciteren
wijzullen solliciteren
julliezullen solliciteren
zijzullen solliciteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesolliciteerd hebben
jijzult gesolliciteerd hebben
hijzal gesolliciteerd hebben
wijzullen gesolliciteerd hebben
julliezullen gesolliciteerd hebben
zijzullen gesolliciteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou solliciteren
jijzou solliciteren
hijzou solliciteren
wijzouden solliciteren
julliezouden solliciteren
zijzouden solliciteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesolliciteerd hebben
jijzou gesolliciteerd hebben
hijzou gesolliciteerd hebben
wijzouden gesolliciteerd hebben
julliezouden gesolliciteerd hebben
zijzouden gesolliciteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsolliciteer

Translations

  • apply, to submit oneself as a candidate
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ik ga solliciteren bij het postkantoor. (I am going to apply for a job at the postal office.)
    • Ik ga solliciteren naar de positie van een postbode. (I am going to apply for the position of a mailman.)
    • Ben je naar klappen aan het solliciteren? (Are you asking for a beating?)

    Etymology

    From Middle Dutch solliciteren, borrowed from Middle French [Term?] (whence French solliciter), borrowed from Latin sollicitare. See: French 'solliciter', Latin 'sollicito'.

    Additional Information