snerpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of snerpen

The word "snerpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: snerpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: snerpend
Past participle - Verleden deelwoord: gesnerpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksnerp
jijsnerpt
hijsnerpt
wijsnerpen
julliesnerpen
zijsnerpen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesnerpt
jijhebt gesnerpt
hijheeft gesnerpt
wijhebben gesnerpt
julliehebben gesnerpt
zijhebben gesnerpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksnerpte
jijsnerpte
hijsnerpte
wijsnerpten
julliesnerpten
zijsnerpten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesnerpt
jijhad gesnerpt
hijhad gesnerpt
wijhadden gesnerpt
julliehadden gesnerpt
zijhadden gesnerpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal snerpen
jijzult snerpen
hijzal snerpen
wijzullen snerpen
julliezullen snerpen
zijzullen snerpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesnerpt hebben
jijzult gesnerpt hebben
hijzal gesnerpt hebben
wijzullen gesnerpt hebben
julliezullen gesnerpt hebben
zijzullen gesnerpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou snerpen
jijzou snerpen
hijzou snerpen
wijzouden snerpen
julliezouden snerpen
zijzouden snerpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesnerpt hebben
jijzou gesnerpt hebben
hijzou gesnerpt hebben
wijzouden gesnerpt hebben
julliezouden gesnerpt hebben
zijzouden gesnerpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsnerp

Verbs similar to 'snerpen'

Translations

  • squawk, to make a squawking noise
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information