smokkelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of smokkelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: smokkelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: smokkelend
Past participle - Verleden deelwoord: gesmokkeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksmokkel
jijsmokkelt
hijsmokkelt
wijsmokkelen
julliesmokkelen
zijsmokkelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesmokkeld
jijhebt gesmokkeld
hijheeft gesmokkeld
wijhebben gesmokkeld
julliehebben gesmokkeld
zijhebben gesmokkeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksmokkelde
jijsmokkelde
hijsmokkelde
wijsmokkelden
julliesmokkelden
zijsmokkelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesmokkeld
jijhad gesmokkeld
hijhad gesmokkeld
wijhadden gesmokkeld
julliehadden gesmokkeld
zijhadden gesmokkeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal smokkelen
jijzult smokkelen
hijzal smokkelen
wijzullen smokkelen
julliezullen smokkelen
zijzullen smokkelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesmokkeld hebben
jijzult gesmokkeld hebben
hijzal gesmokkeld hebben
wijzullen gesmokkeld hebben
julliezullen gesmokkeld hebben
zijzullen gesmokkeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou smokkelen
jijzou smokkelen
hijzou smokkelen
wijzouden smokkelen
julliezouden smokkelen
zijzouden smokkelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesmokkeld hebben
jijzou gesmokkeld hebben
hijzou gesmokkeld hebben
wijzouden gesmokkeld hebben
julliezouden gesmokkeld hebben
zijzouden gesmokkeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsmokkel

Translations

  • smuggle, to thrash or be thrashed by a bear's claws, or to swipe at or be swiped at by a person's arms in a bearlike manner
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    verbergen
    wegmoffelen
    bedriegen
    frauderen

    Sample Sentences

    Etymology

    A frequentative derivation of Middle Dutch smuken (“to act sneakily”) with the suffix -elen from a base verb Proto-Germanic *smukkōną; compare besmuikt, smuigen. See: Proto-Germanic '*smukkōną'.

    Verbs referencing "smokkelen"

    English smuggle.

    Additional Information