slidderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of slidderen

The word "slidderen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: slidderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slidderend
Past participle - Verleden deelwoord: gesliddeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksliddeer
jijsliddeert
hijsliddeert
wijslidderen
jullieslidderen
zijslidderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesliddeerd
jijhebt gesliddeerd
hijheeft gesliddeerd
wijhebben gesliddeerd
julliehebben gesliddeerd
zijhebben gesliddeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksliddeerde
jijsliddeerde
hijsliddeerde
wijsliddeerden
julliesliddeerden
zijsliddeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesliddeerd
jijhad gesliddeerd
hijhad gesliddeerd
wijhadden gesliddeerd
julliehadden gesliddeerd
zijhadden gesliddeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal slidderen
jijzult slidderen
hijzal slidderen
wijzullen slidderen
julliezullen slidderen
zijzullen slidderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesliddeerd hebben
jijzult gesliddeerd hebben
hijzal gesliddeerd hebben
wijzullen gesliddeerd hebben
julliezullen gesliddeerd hebben
zijzullen gesliddeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou slidderen
jijzou slidderen
hijzou slidderen
wijzouden slidderen
julliezouden slidderen
zijzouden slidderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesliddeerd hebben
jijzou gesliddeerd hebben
hijzou gesliddeerd hebben
wijzouden gesliddeerd hebben
julliezouden gesliddeerd hebben
zijzouden gesliddeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsliddeer

Verbs similar to 'slidderen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "slidderen"

English slender, English slither.

Additional Information