pulken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of pulken

The word "pulken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: pulken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: pulkend
Past participle - Verleden deelwoord: gepulkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpulk
jijpulkt
hijpulkt
wijpulken
julliepulken
zijpulken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepulkt
jijhebt gepulkt
hijheeft gepulkt
wijhebben gepulkt
julliehebben gepulkt
zijhebben gepulkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpulkte
jijpulkte
hijpulkte
wijpulkten
julliepulkten
zijpulkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepulkt
jijhad gepulkt
hijhad gepulkt
wijhadden gepulkt
julliehadden gepulkt
zijhadden gepulkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal pulken
jijzult pulken
hijzal pulken
wijzullen pulken
julliezullen pulken
zijzullen pulken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepulkt hebben
jijzult gepulkt hebben
hijzal gepulkt hebben
wijzullen gepulkt hebben
julliezullen gepulkt hebben
zijzullen gepulkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou pulken
jijzou pulken
hijzou pulken
wijzouden pulken
julliezouden pulken
zijzouden pulken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepulkt hebben
jijzou gepulkt hebben
hijzou gepulkt hebben
wijzouden gepulkt hebben
julliezouden gepulkt hebben
zijzouden gepulkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpulk

Verbs similar to 'pulken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Uncertain. Possibly from Middle Dutch *pulken, a variant ( + -ken) of Middle Dutch *pullen (“to pull, draw”), perhaps related to English pull. Compare also Dutch plukken (“to pluck”). See: English 'pull', Dutch 'plukken'.

Additional Information